Dag 2017! Hallo 2018!

En ineens…

Is 2017 voorbij!

2017 is klaar, gedaan.

2017 is volbracht.

En ik ben er nog 🙂

En nu…
Is 2018 begonnen.

Vorige week was ik mijn nieuwe agenda aan het invullen met afspraken die komen gaan.
Ook heb ik alle tijden bij de dagen van volle en nieuwe maan  genoteerd.

Ik was op een gegeven moment bij november en vroeg me af: ‘waar zou ik staan op dat moment?’
Hoe zou mijn leven dan zijn?
Wat zou ik allemaal meegemaakt hebben?
En hoe zou het dan met mij zijn?

Ik ben daar best nieuwsgierig naar.

Ik heb allemaal leuke dingen om naar uit te kijken.

Zoals het verdere afvallen na mijn maagverkleining.

Zoals het vrijwilligerswerk, als ervaringswerker, dat ik ga uitbreiden, en de opleiding die ik hiervoor ga krijgen.

Zoals het Afrikaans dansen, en het djembeeen.

Zoals alle leuke weekenden en festivals die er weer aan komen.

En alle leuke en spannende andere en nieuwe dingen die ik ga doen.

Ja, ik heb wel zin in 2018 🙂

Gisteren heb ik, zoals ieder jaar, mijn oud- en nieuw ritueel gedaan.
Op losse briefjes heb ik alles opgeschreven wat ik niet mee wil nemen van het oude naar het nieuwe jaar, en dat heb ik in het oude jaar verbrand.
Echt letterlijk verbrand: een vuurtje gestookt en die briefjes daar een voor een in gefl… eh…  in gegooid.
En op andere briefjes heb ik geschreven wat ik wél mee wil nemen naar het nieuwe jaar, ook wensen heb ik genoteerd, en dat heb ik letterlijk meegenomen naar het nieuwe jaar. Dié briefjes bewaar ik in een mooi doosje, en gebruik ik nog voor een nieuwjaars-ritueel.

Ook heb ik stilgestaan bij 2017. Per maand opgeschreven wat me toen bezighield.
En jee, het was me een jaartje wel!

Wat het meeste speelde is mannengedoe.

Pfff…

Ik wist wel dat met de maagverkleining, en bij het afvallen, er van alles los zou komen. Ik had verwacht dat ik heel veel verdriet zou voelen, om alles uit het verleden dat los zou komen. Omdat ik al dát verdriet in m’n lijf had opgeslagen, in al het overgewicht wat ik met me mee zeulde.

Mijn overgewicht waren mijn niet-gehuilde-tranen… en dat was véél!

Dat overgewicht was aan het wegsmelten, en dus zou al wat ik opgeslagen had aan mentale zooi ook wel loskomen.

Dat verwachtte ik althans…

Dat gebeurde ook, maar niet op een directe manier…

Maar door verliefde gevoelens te krijgen voor sommige mannen…
Onbereikbare mannen….

Dit, op déze manier, had ik niet verwacht.

Vooral al die verliefde gevoelens te ervaren!

Daar blij van te worden, actief, energiek.
Zoals dat voelt als je verliefd bent, in het begin althans.
De wereld was mooier, de mensen leken aardiger, ik had meer zin om dingen te ondernemen, allemaal van die dingen.

Ik snapte daar niks van!
Ik had dit alles jarenlang ver buiten me geplaatst, wilde hier totaal niet meer aan meedoen, wilde dit niet meer voelen.

Waarom gebeurde dit nu ineens allemaal?
Waarom vond ik ineens een aantal mannen héél leuk?

Die leuke gevoelens van verliefd zijn waren er dus ineens.

Maar ook, en voorál, de hopeloosheid van verliefd zijn ervaarde ik..

Het smachten.
Het verlangen.

Lijfelijk.

Maar óók het verlangen om gezien te worden.

De wens dat er nu wél voor mij gekozen werd…
Dat er nu wél aandacht aan mij gegeven werd…
Dat er nu wél voor mij opgekomen werd…
Dat IK nu eens verdedigd werd, in plaats van voor de kwaaie, de slechte, te worden uitgemaakt…

Wat allemaal niet gebeurde…

AU!

Ja, dit alles refereert direct aan al het gebeuren dat ik als kind ervaren heb.
En dat verdriet kwam óók allemaal los.
Samen met het verdriet dat ik niks met die verliefdheden kon.

Dus wat ik verwachtte kwam ook allemaal, maar het kwam een béétje op een andere manier dan ik had gedacht.

En om eerlijk te zijn: op een moeilijkere manier.
Enorm verwarrend!

Maar:

Dit is allemaal ZO 2017!

Verleden tijd.

Dit was vorig jaar! 🙂

Dit heb ik allemaal achter me gelaten.

Nu is het 2018.

Ik ga nu vooruit kijken.

Hopelijk is het stomme verliefde gedoe nu afgelopen.
Ik ga daar mijn best voor doen, zoveel als dat kan tenminste.

Dit is in ieder geval wel mijn wens, mijn grootste wens.
Géén verliefdheden meer!
Rust in mijn hoofd en lijf!

Verder heb ik veel geleerd in 2017, en ben ik enorm gegroeid als persoon.
Ik heb rot dingen meegemaakt, en ook hele leuke dingen.

Ik ben mijn wensen langzamerhand aan het vervullen.
Zoals op Afrikaans dansen gaan!
En durven zingen, dat lukt steeds vaker.

Vooral lichamelijk ben ik enorm veranderd!

Ik kan meer, qua bewegen. En ik doe ook meer. Mijn energiepeil is lichamelijk vele, vele malen groter dan in 2016, en begin 2017. Echt, het verschil is… ik kan je dat niet uitleggen, ZO groot!

Mijn kledingmaat wordt kleiner.
Hierdoor heb ik mijn favoriete vest kunnen kopen, eindelijk!

Wat ook een groot voordeel is, is dat ik minder opvallend ben.
Mensen staren me niet meer aan op straat.
Mensen stoten elkaar niet meer aan om dan naar mij te wijzen, op de manier van ‘kijk dáár eens lopen…moet je zién…’.

Ik word niet meer uitgescholden!

(Niet om mijn uiterlijk tenminste 😉  )

Ik ben minder zichtbaar, en echt… ik kan je niet vertellen hoe FIJN dat is!

Hierdoor voel ik me zelfverzekerder, en durf ik om me heen te kijken op straat, durf ik naar andere mensen te kijken.
Durf ik in een cafeetje te zitten, of op een terrasje. En dat doe ik nu ook meer 🙂
Ook fijn hierbij is: ik pas in al die stoelen, in cafés en op terrassen!

Ja, dit is de grootste en fijnste verandering en ontwikkeling geweest in 2017.

En nu…

Nu neem ik nog een oliebol en een drankje, en neem ik afscheid van 2017.

Dag 2017!
Je was een bewogen jaar.
Een die ik niet zal vergeten.
Ik ben je dankbaar voor alles wat je bracht.
Zelfs voor alle shit en soap-gehalte.
Voor alles dat los kwam.
Voor alle geleerde lessen.
En voor alle, en vele, nieuwe en mooie ervaringen die je bracht!
Voor de groei, en de ontwikkeling.
Je was geen makkelijk jaar, maar ik ben blij dat je er was.
Dag lieve 2017!
Het ga je goed ❤

En:

Hallo 2018!
Welkom 🙂
Ik ben erg benieuwd naar je! ❤

****
Alle lezers van mijn blog wens ik een gezond, gelukkig, liefdevol, positief, muzikaal, kleurrijk 2018 toe.
Dat jullie mooiste wensen mogen uitkomen.

Tot de volgende blog 🙂

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Zeer goede raad in een liedje

Wat een klotedag vandaag…
Misschien schrijf ik er nog een keer over, nu moet ik dit alles even laten bezinken.

Maar wat een afsluiter!

Ik was bijna niet naar het trommelen gegaan, maar ik had zo’n verschrikkelijke behoefte aan afleiding, en vooral om te meppen op die trommels.
Nou, dat heb ik héérlijk kunnen doen!

Ik heb er enorm van genoten, ik heb MIJN plek ingenomen en die blijf ik daar houden (!),  en heb héérlijk getrommeld.

En op het eind…. wauw….
Ik ben er nog van aan het nagenieten…
Harp, hang en gitaar, en liedjes zingen.

Wát een cadeautje was dat!

Op een perfect moment, waarop ik dit hard kon gebruiken.
Dank je wel Universum ❤

Met een ZEER goede raad in dit liedje:

The Beatles – Let It Be

When I find myself in times of trouble, Mother Mary comes to me
Speaking words of wisdom, let it be
And in my hour of darkness she is standing right in front of me
Speaking words of wisdom, let it be
Let it be, let it be, let it be, let it be
Whisper words of wisdom, let it be

And when the broken hearted people living in the world agree
There will be an answer, let it be
For though they may be parted, there is still a chance that they will see
There will be an answer, let it be
Let it be, let it be, let it be, let it be
There will be an answer, let it be
Let it be, let it be, let it be, let it be
Whisper words of wisdom, let it be
Let it be, let it be, let it be, let it be
Whisper words of wisdom, let it be

And when the night is cloudy there is still a light that shines on me
Shine until tomorrow, let it be
I wake up to the sound of music, Mother Mary comes to me
Speaking words of wisdom, let it be
Let it be, let it be, let it be, yeah, let it be
There will be an answer, let it be
Let it be, let it be, let it be, yeah, let it be
Whisper words of wisdom, let it be

Writers: JOHN LENNON, PAUL MCCARTNEY

Lyrics © Sony/ATV Music Publishing LLC

Dus, Em, geen energie meer in steken, hij is het totaal niet waard gebleken…

Let it be….

 

 

“Hoe het gaat na…”, app, en nog wat dingen

Dit is een blog met van alles wat, qua onderwerpen.

Terwijl ik ‘Expeditie Robinson’ aan het opnemen ben, en op Eurosport ‘Snookeren, Scottish Open’ op heb staan (heerlijk rustige tv), begin ik deze blog.
Want ik heb weer eens zin om te schrijven.

Sinds een week is mijn hartmedicatie verminderd.
Al sinds ik me kan herinneren heb ik bij tijd en wijlen hartritmestoornis. Dat is alleen nooit vastgelegd als ik daarmee naar de arts ging. Heel frustrerend was dat!

Tot 3 jaar geleden, toen bleef die hartritmestoornis eindelijk lang genoeg hangen om door het ziekenhuis gezien te worden.

Ik heb atriumfibrilleren, ook wel boezemfibrilleren genoemd.
Mijn hart zendt bij tijd en wijle meerdere elektrische pulsen uit waardoor mijn hart dan als een malle tekeer gaat.
Wel grappig: ook al denk ik af en toe aan dood willen gaan, mijn hart zegt “Niks daarvan!”, en gaat regelmatig extra hard én snel kloppen, zo graag wil ze dat ik blijf leven 😉

3 jaar geleden heb ik voor deze problemen medicijnen gekregen. Bètablokkers.

Vóór deze medicatie voelde ik me altijd over-alert. Opgefokt, gestrest, angstig. Ik voelde me nooit op mijn gemak, behalve tijdens het trommelen. Maar in de pauzes en ervoor en erna, en de rest van alle tijd, voelde ik me vreselijk.

Toen ik die eerste keer bètablokkers slikte, wist ik niet wat me overkwam…

Ik werd héél relaxt!

De wereld voelde ineens veel beter.

Ik weet nog dat ik dacht: “dus ZO voelt de wereld voor veel mensen aan!”. Ik maakte me een stuk minder druk om dingen, alles kwam zoals het kwam, ik kon relaxt wandelen, was niet over-alert meer, véél minder angstig, enz.

Ja, dit beviel me wel 🙂

Ik meldde dit bij mijn cardioloog, en zij zei dat dit kwam omdat mijn bloeddruk omlaag ging, waardoor ook het opgejaagde gevoel minder werd.

Die medicatie was op mijn gewicht op dàt moment afgestemd.
Wat veel meer was dan ik nu weeg.

Vorige week was ik bij mijn cardioloog, en mijn hartslag was heel erg laag, en mijn bloeddruk ook.
Zij vond dat de hoeveelheid medicatie omlaag moest.
Ik kreeg een recept mee voor de helft.

Nou….

Nu weet ik wéér niet wat me overkomt…

Maar dan op een negatieve manier!

Ik voel me opgefokt, opgejaagd.
Over-alert.
Enorm gespannen.

Ik ben ook vaak duizelig sinds de verminderde medicatie, en ik snapte er niks van.

Totdat ik merkte dat ik hyperventileerde!
Gewoon door het gespannen zijn, door het opgefokt zijn.

Deze week, een week na het verminderen van de medicatie, moest ik bij het NOK zijn, de Nederlandse Obesitas Kliniek. Daar werd (ook) mijn bloeddruk gemeten, en die was weer enorm hoog! Net zo hoog als vóór ik de bètablokkers ging gebruiken. Lijkt mij niet echt de bedoeling…

Ik snap het ook niet goed, want:

Behalve de medicatie is er niks veranderd in mijn leven.

Nou ja, mijn leven is eigenlijk beter geworden.

P en S zijn uit beeld. Ze hadden me na mijn blog “laatste soapaflevering” nog berichten gestuurd, die heb ik ongelezen verwijderd. Bij het trommelen heb ik P niet meer gezien, en ik moet zeggen: dat trommelt best relaxt. P heeft me ook geblokkkeerd op facebook, hij wil (of mag?) geen maatje met me zijn.
Nou dan maar niet. So be it.
Geen probleem. Misschien ook zelfs maar béter zo, krijg ik alle shit van hun tenminste niet meer in mijn leven.
Dus wat dit betreft is mijn leven rustiger geworden, en dat voelt goed.
Geen verdriet meer, geen verwarde gevoelens meer.
Héérlijk!

Verder heb ik héle leuke vooruitzichten.

Heb ik misschien al verteld: ik ga een opleiding doen om als ervaringsdeskundige cq ervaringswerker co-begeleider van praatgroepen te worden bij een instelling. Daar heb ik reuze zin in!

En ik heb mega veel zin in het komende jaar, met alle leuke weekenden en festivals, én alle andere nieuwe en oude activiteiten die ik op ga pakken.

Mét mijn nieuwe lichaam!

Wat mijn lichaam betreft zijn er nog meer leuke veranderingen:
– Ik pas steeds meer oude kleding van toen ik lichter woog, zo leuk om dat te merken! Ik was vandaag bijna te laat op een afspraak, omdat ik heel lang kleding aan het passen was die ik ergens achterin mijn kast gevonden had 🙂
– Ik transpireer véél minder! Eigenlijk alleen bij het sporten en bij het (Afrikaans) dansen, maar tijdens het wandelen helemaal niet meer.
– Ik begin al te kunnen springen! Zo tof! Hierdoor kan ik steeds beter Afrikaans dansen en ook snellere pasjes maken 🙂
Ook met sporten vind ik dat fijn. Zo is er een oefening met een soort van ‘touwladder’ maar dan op de grond, waarin je dribbel-oefeningen moet doen.
Ik heb het even opgezocht: het heet een ‘speedladder’. Héél intensief, de hartslag gaat daar prima van omhoog 🙂

Het enige dat ik wel lastig vind aan dat vele gewicht kwijt te raken, is dat ik steeds losser in mijn velletje kom te zitten.
En dat vel…

Eh…

Schommelt, beweegt,  nogal….

Met sporten, wandelen en dansen merk ik dat heel goed, en dat voelt best vervelend, zacht uitgedrukt.
Trek maar eens een wijde rok aan en ga dan snel om je as draaien, of op en neer springen. Datzelfde effect heeft mijn overtollige huid.
En dan zit er in mijn huid gevoél, wat in een wijde rok niét zit.

Nee, niet fijn.
Gelukkig is er van dat hele strakke ondergoed, en dat helpt het ergste ‘losse’ van de huid een beetje minder ‘los’ te zijn. Dat voelt al een stuk beter.

Dus, behalve het veranderen van mijn medicatie, is er niks veranderd dat me zo opgefokt en angstig zou moeten doen voelen.
Maar toch voel ik me zo, de hele dag door…

Op dit moment heb ik aan mijn lichaam een aantal plakkers met elektroden daaraan, en een kastje, die ik 24 uur moet dragen en die mijn hartslag meet.

Dat kastje heb ik omdat ik de laatste tijd veel last heb van een overslaand hart. Dus géén boezemfibrilleren, maar een enkele keer, of soms héél vaak, alsof mijn hart slagen overslaat.

De afgelopen weken was dat overslaand hart heel erg vaak. Dagelijks, en soms ook heel lang.
Dus de cardioloog zei: “draag dat kastje 24 uur, en hou bij wanneer je die klachten hebt.”

En natuurlijk, zul je altijd zien:

Vandaag, sinds ik dat kastje bij me draag…

Doet mijn hart héél normaal.

Geen enkele overslag geweest…

Snap je dat nou?

Héél irritant dit!

Dit is net zoiets als dat je een paar dagen last hebt van kiespijn, je maakt een spoedafspraak bij de tandarts, en wanneer je in die stoel ligt:

Kiespijn weg. Foetsie. Nergens geen last meer van… op dát moment…

Dát dus…

Nou ja… de 24 uur zijn nog lang niet om, dus maar hópen dat die hartkloppingen alsnog komen, zodat ze eindelijk kunnen ontdekken wat dát dan betekent, en of er iets aan te doen is.

Maar….

Ik ga morgen wel vragen OF ik aub weer mijn normale dosis bètablokkers mag innemen!

Want de hele dag zo opgefokt zijn, terwijl er geen reden voor is, dat is verschrikkelijk vervelend.
En dan moeten de kerstdagen én oud en nieuw nog komen, wat voor mij heftige dagen zijn, ivm geen familie hebben waar ik het fijn mee heb en waar ik leuke herinneringen mee kan delen. Die leuke herinneringen zijn er namelijk niet… En alles rondom kerst draait om familie en samen zijn…blergh…

Daar kan ik geen opgefoktheid en angstig voelen bij gebruiken, niet éxtra tenminste.
Want ik wil deze dagen graag doorkomen zonder iemand iets te willen aandoen, wat ik nu een aantal keer per dag wél zou willen, alleen al op straat, in de supermarkt of in het verkeer.
Dit had ik niét toen ik nog de normale dosis bètablokkers had…. Tenminste: niet zónder reden.

Kun je nagaan wat het lijf, als daar een verandering in is, een hoop doet met het mentale. Hoe sterk je psyche op je lijf reageert…

Maar dit wordt dus even afwachten. Hopelijk geeft mijn cardioloog toestemming om de oude dosis weer te gebruiken. In ieder geval tot in het nieuwe jaar, en dan wil ik wel weer een poging doen om te minderen, of misschien is er een tussenoplossing, wie weet.

Even een leuke overgang bedenken naar het volgende onderwerp….

Hmmm….

Nee, ik weet niks…

Dus dan maar gewoon zo:

Sinds dit jaar heb ik een smartphone.

Ja, ik weet het, ik ben er erg laat mee.
Ik ben nu eenmaal een laatbloeier…

Die smartphone vind ik toch leuk! En makkelijk ook.

Ik heb hele leuke apps gevonden.

Een daarvan is “Questions dairy”.
Een soort pickwick’s “vraag van de dag”, maar dan in een app.

Een paar vragen die ik heb gehad zijn:

“Ben je momenteel gelukkig?”
Op dit moment ben ik niet héél gelukkig, maar wel veel meer dan 2 jaar geleden!

“Wat wilde je als kind doen, maar heb je nog niet gedaan?”
Motor rijden! Dat wilde ik toen zo graag! Vond ik onwijs stoer, een vrouw op een motor. Die wens is er nog steeds, maar er is steeds geen geld voor om dat rijbewijs te gaan halen, ook nu niet. Ook ben ik nu 49 jaar, en ik heb nog nooit op een brommer of scooter gereden, dus ik weet niet óf motor rijden nog wel aan te leren is… Het zou wel wat zijn zeg, dat als ik 50 ben om dan motor te gaan leren rijden…. 🙂

“Hoe gaat het met je crush?”
Ehhh…. hoe wéét die app dat?? Tja… G zit nog steeds in mn hoofd. Soms heel weinig, soms heel veel… Ik blijf hem leuk vinden, best lastig… Maar wel frappant, deze vraag 😉

En deze kreeg ik gisteren, en eindig ik deze blog mee:

“Waar ben je het meest dankbaar voor?”
Tja, daar heb ik een tijdje over nagedacht.
Maar het antwoord is toch dat ik kàn genieten van dingen.
Ondanks alle shit die ik heb meegemaakt, als kind,  en nu nog steeds.
Ik kan oprecht en onwijs genieten van, bijvoorbeeld, hoe eten smaakt en ruikt.
Van prachtige zonsondergangen.
Van het wandelen aan zee of in het bos of over een wei.
Van het zijn in water, onder de douche of in het zwembad.
Van een leuke tv-serie.
Van mooie muziek.
Van het lezen van een boek dat me pakt.
Van het knuffelen met mijn hondendames.
Van de sfeer in mijn woonkamer savonds.
Van het zitten in de zon, zelfs steeds meer, nu mijn isolatielaag wegsmelt.
Van het (nu) makkelijk kunnen wandelen en bewegen.
Van de vogels die eten van de voedersilo’s die aan mijn raam hangen.
Van trommelen.
Van dansen!
Zelfs van zingen.
En nog zoveel meer dingen waar ik enorm van kan genieten…

Ja, hier ben ik héél erg dankbaar voor.


 

 

 

 

 

 

Hoe het gaat na de maagverkleining, deel 2

Deel 2. Nog steeds 5 december 2017 als ik dit schrijf…

 

Nou, ik mocht dus eindelijk naar huis.

En mijn tweede leven ging beginnen.

De eerste week thuis mocht ik alleen vloeibaar eten.
Ik had voor de operatie allemaal soepen gemaakt, die in de blender gedaan, en per kleine (!) portie ingevroren.

Die porties waren ongeveer 200 ml inhoud.
En de eerste weken was dat teveel! Ik kon 1/4e deel, tot de helft, weggooien, want dan zat ik helemaal vol.

2 weken na de operatie mocht ik EINDELIJK  iets vasts eten. Eindelijk mocht ik kauwen.
Ik heb toen bij de eerste keer ontbijt een snee brood geroosterd, en die belegd met een plak kaas en wat schijfjes komkommer.
Dat was HEERLIJK! Ik heb héél goed gekauwd, want van de diëtiste mochten we dan wel vast voedsel, maar moesten we het zo lang kauwen tot het zowat vloeibaar was in de mond, en dan pas doorslikken. Dit omdat de maag nog moest helen, en we voorzichtig aan moesten doen.
Ik kon van die eerste vaste maaltijd maar de helft op. Trouwens: niet eens de helft! Maar ik genoot er echt onwijs veel van. Nooit geweten dat dat zo goed smaakte!

Langzamerhand ben ik meer dingen gaan uitproberen. Brood, crackers, pap, yoghurt met banaan, enz. Zacht brood viel niet goed, ik had meer aan iets dat harder was, dus geroosterd brood en crackers. Zacht eten at ik te snel, en krakend voedsel kauwde ik heel erg goed op, en dat was ook makkelijker om te doen.

Het avondeten had ik meer moeite mee.

We moesten dus éérst onze eiwitten eten, daarna wat koolhydraten (aardappel of rijst of pasta), en daarna pas de groenten, als er plek was.

Maar de eerste keren dat ik dat deed kreeg ik enorm last van maagpijn. Het eten bleef steken in mijn maag, en het ging na verloop van tijd (minuten tot uren), steeds meer pijn doen.

Het voelde zo rot, met MOEST  mijn maag weer uit. Maar ik was niet misselijk, dus ik hoefde en kon uit mezelf niet overgeven.
Toen bedacht ik: ik steek zelf maar de vinger in de keel, om op die manier het kwijt te raken, door zelf het braken op te wekken.
Dat hielp goed. Als het mijn maag weer uit was had ik er geen last meer van.

Wel vond ik het lastig: bleef dit zo moeilijk gaan?

Ik ben toen gaan uitproberen of ik de volgorde van producten tijdens het avondeten beter kon veranderen.

En ja, dát werkte goed!

Ik ben toen eerst wat groenten gaan eten, paar hapjes.
Daarna een stukje aardappel.
Toen zat ik al vol.
Maar ik heb me daarna aangeleerd: even n uurtje wachten, en dan een stukje vlees eten.

Dit werkte perfect!

Dus dat ben ik gaan doen, en nu nog steeds.
Behalve dat ik gestopt ben met vlees eten, en nu ipv vlees een vegetarische schijf eet. Maar de volgorde is nog steeds hetzelfde.
Maar ik kom nu wel aan mijn groente-inname en mijn aardappel/rijst/pasta.

Het was in het begin na de operatie ook een enorm gedoe met mijn medicatie.
Ik moest namelijk mijn pijnstillers blijven innemen, EN mijn vitaminepreparaat, EN mijn calcium, EN mijn gewone medicatie van voor de operatie.
Wat moest ik wanneer doen?
Ik ben toen heel creatief geworden en heb een mooi schema gemaakt.
Dat maakte alles wat makkelijker.

Ik leefde helemaal naar de klok.

Ook het eten en drinken stonden op dat schema, en hield ik bij op de klok.

Dit heeft wat weken zo geduurd, totdat ik eraan gewend was.
Het schema hangt er nog, staat best mooi, maar ik kijk er eigenlijk niet meer op.

In de eerste twee weken na de operatie ben ik 9 % van mijn overgewicht kwijtgeraakt.
Dat was bij iedereen zo, want die eerste week kun je bijna niks eten, en je verliest veel vocht, dus dat gaat mega snel.
Ik merkte dat zelf al heel goed. Mijn lage rug deed minder pijn, en het bewegen ging al wat soepeler en makkelijker.

Ik had al snel zin om weer te gaan sporten en te gaan zwemmen.
Maar de eerste 6 weken na de operatie mag je absoluut niet zwaar tillen! Een pak melk is het zwaarste dat je mag tillen, zwaarder mag absoluut niet.

Zwemmen zou mogen als alle wondjes dicht zaten.
De operatie is namelijk gedaan doormiddel van kleine gaatjes in de buik, waar de operatie-instrumenten naar binnen gaan, en via een beeldscherm kunnen de artsen zien wat ze doen.
Die gaatjes zaten met nietjes dicht na de operatie. Die nietjes gingen er na 10 dagen uit. En die wondjes waren na 2,5 week al helemaal geheeld.

Echter: ik had nog een gat waar die drain in gezeten had!
Die wilde maar niet dicht.
Ik heb toen aan de chirurg gevraagd of hij er even naar wilde kijken, en of ik toch mocht gaan zwemmen.
Gelukkig vond hij dat geen probleem, dat gat zou vanzelf weer dicht gaan, het zag er mooi uit, dus zwemmen was geen probleem. Ik moest wel opletten en rustig aan doen.

Nou, dat zwemmen was geweldig! Zo fijn om dat water weer in te mogen! In dat koele water van ‘mijn’ openlucht zwembad, heerlijk!

Een paar weken later was de 4daagse, waar ik altijd 3 dagen voor de wandelaars trommel, en dat ook zelf organiseer.
Het was toen 5 weken na de operatie.
Ik mocht toen nog niet zwaar tillen.
Gelukkig kreeg ik héél veel hulp van alle lieve mensen die er waren.

Het eten ging steeds wat beter, en ik voelde dat ik best snel gewicht kwijtraakte. Alles werd steeds een beetje makkelijker.

Het drinken was een crime! Jee wat was dat moeilijk! Ik kon maar kleine beetjes tegelijk drinken, echt megakleine slokjes, en ik hád me toch een dorst!
Op die momenten, van het vele dorst hebben, had ik wel eens spijt van die operatie. Ik snakte ernaar om een heel glas vol achter elkaar leeg te drinken, wat ik altijd wel kon voor de operatie. Maar nu…
Nee, dat was niet fijn.

Ik kon eigenlijk bijna alles wel eten. Ik verdroeg alles wat ik probeerde.
Behalve pasta, zoals spaghetti, en rijst, die dingen gingen wat moeizamer.

Ook at ik soms te snel. Met maagpijn als gevolg.
Ik heb het eerste half jaar zeker zo’n 10 keer, of iets vaker, de vinger in mijn keel moeten steken zodat ik alles uit kon braken. Want ik was nooit misselijk, ik hoefde nooit uit mezelf te braken.
Na een half jaar is dat veel minder geworden, ik begon door te krijgen wat ik het beste kon eten, wanneer en hoe snel.

Ja, die eerste tijd was het echt zoeken.

Wat me wel steeds vaker op viel: mijn smaak was veranderd.

En…

Ik rook bijna niks meer!

Dat viel me op toen we een keer spruitjes aten. Normaal toch best een doordringende lucht tijdens het koken, maar ik rook er helemaal niks van!
Pas als ik een spruitje bijna IN mijn neus had rook ik er iets van, héél weinig.

Ik ben hier enorm van geschrokken.
Was ik mijn ruikvermogen nu kwijt?

Bij de eerste controle na de operatie heb ik dit aan mijn chirurg gevraagd.
En hij legde uit dat een groot deel van het reukvermogen in/aan de maag zit.
Bij mij was een groot deel van die maag weggehaald, en dus ook het reukvermogen was minder.
Het zou altijd iets verminderd, gedempt, zijn, maar het zou wel weer wat terug kunnen komen.

Nou, hier hoopte ik maar op. Want een groot deel van het leven bestaat uit geuren. Vooral het eten hangt hiermee samen.
En ik kon nu maar heel weinig eten, dan wilde ik er iig wel van kunnen genieten!
Maar goed, dat was dus afwachten.

De eerste maanden na de operatie had ik veel energie. Héél veel. Ik werd actiever, had zin om dingen aan te pakken. Het afvallen ging ook goed, ik merkte steeds meer verschil.
Bijvoorbeeld wandelen, voorheen deed alles pijn, vooral mijn lage rug, waardoor ik steeds tussendoor even moest gaan zitten. Zelfs bij een klein stukje mijn honden uitlaten, dan moest ik zeker 3 keer even zitten. Maar na een paar maanden hoefde ik dat niet meer!

Mijn kleding werd losser, wat ik vooral fijn vond, want hoe wijder hoe liever 🙂

In de auto kon ik steeds meer mijn benen recht houden richting gaspedaal, en ik kreeg steeds meer ruimte tussen mijn buik en het stuur.

Vanaf november 2016 werd mijn energie wat minder. Ik voelde me vermoeider, en dingen die een paar weken eerder goed lukte, lukte ineens niet goed meer.

Er kwam een bloedonderzoek aan bij het NOK, en daar kwam uit dat ik vitamine B12, vitamine D en ijzer tekort kwam.
Dat moest aangevuld worden met medicijnen. Na een tijdje ging dat goed, merkte ik verschil.

Ik was in januari al aardig wat gewicht kwijt, toen ik besloot iets nieuws te gaan doen, wat ik altijd al wilde maar nooit durfde. Of kón, ivm al het overgewicht.
Namelijk een cursus zelfverdediging.
Ik heb 6 lessen meegedaan, maar die man wilde mij niet meer als leerling daarna, omdat ik verliefde gevoelens voor hem kreeg, en dat tegen hem vertelde.
Zie mijn eerste blogs, vanaf februari-maart 2017.

Daarna kwam ik in een depressie.

Tot die tijd had ik mij heel goed aan mijn eetschema kunnen houden.
Ik at de juiste dingen, en had geen behoefte aan lekkere dingen.

Tot aan die depressie…

Toen kwam de trek weer terug.

Mijn reukvermogen was al een stuk beter geworden, wat een opluchting was.
Het eten smaakte me toen ook steeds beter.

De trek die ik ineens weer kreeg was naar chips, chocolade en koekjes.

Chocolade viel niet goed. Na 2 of 3 stukjes werd ik misselijk. Voor het eerst na de operatie ervaarde ik dat! En dat was rond maart.

Chips viel wel goed. Helaas…. Dat smaakte goed, was zout en daar had ik veel behoefte aan. En het was hard voedsel, dus daar kon ik goed op kauwen.

Die koekjes vielen net als chocolade: na 2 koekjes was ik misselijk.

Tijdens die depressie at ik ook wel de goede dingen, maar iets minder dan ervoor. Het was ongeveer half goed, half slecht.

Die depressie duurde ongeveer van maart tot half mei 2017.
Ik bewoog ook weinig.

Ik ben toen weinig op de weegschaal gaan staan.
Toen ik er wel weer een keer op stond (dat was bij het NOK), was ik toch nog iets afgevallen. Heel weinig, maar ik was niet stil blijven staan, en ook niet aangekomen.
Dat was een enorme opluchting!

Maar ik besefte wel: nu moet ik gaan oppassen!

Die operatie heb ik niet voor niks!

Ik moet nu weer mijn goede eetschema en keuzes gaan oppakken.
Ik heb toen aan mijn diëtiste bij het NOK een gesprek aangevraagd, en ze heeft mij wat tips gegeven om me weer in de juiste richting te wijzen.

Namelijk dat ik goed moet letten op de tijdstippen dat ik eet. Ik zou het beste 2 a 3 uur tussen mijn maaltijden kunnen houden. Niet langere tijd ertussen, want dan wordt de bloedsuikerspiegel te laag, en dan ga ik trek krijgen in de verkeerde dingen. Als ik me hier aan hou, dan is mijn trek meteen veel minder heb ik gemerkt.

Ook moet ik letten op wát ik eet. Ik mag best een koekje af en toe, maar dan moet ik er wel rekening mee houden dat ik daarna snel weer honger krijg. Want suiker veroorzaakt een enorme piek, waardoor veel insuline aangemaakt wordt, en dáárdoor daalt de bloedsuikerwaarde enorm, waar ik weer honger door krijg, al vrij snel na dat koekje. Dus ik kan bijvoorbeeld wel dat koekje nemen, maar dan ook iets van eiwitten erbij, of er vlak na. Zodat de bloedsuikerwaarde meer stabiel blijft.

Ook gebeurt het vaak dat als ik op een dag veel suikerrijk voedsel heb gegeten, dat die waardes een paar dagen nodig hebben om weer stabiel te worden. Dus die trek duurt dan langer.

Sinds ik hier beter op let gaat het veel beter.

Nog steeds heb ik mijn snaaimomenten. Waarin ik zo’n zin heb in bijvoorbeeld chocolade, of andere mierzoete dingen.

Die chocolade mag ik dan van mezelf. Want ik weet: na een paar stukjes is het genoeg.
Sterker nog: er liggen 2 repen chocolade in mijn koelkast, die daar al zeker 6 maanden liggen! En ik heb geen drang om die dan te pakken.

Wel is chips een dingetje.

Vooral de week voor ik ongesteld moet worden is die drang enorm, ook met zoetigheid.

En het gaat dan zo:

Ik ga naar de winkel, koop 2 of 3 zakken (chips in dit geval, maar kan ook koekjes of snoepzooi zijn), want ik heb dan zin in verschillende smaken.
Savonds ben ik uit een zak aan het eten.
Dan na een half uurtje kijk ik naar die zak, en dan dringt het tot me door:
“Wáár ben ik in hemelsnaam mee bezig??? Waarom doe ik dit nu?”
En dan sta ik op, pak alle zakken chips die ik dan gekocht heb, maak ze open, gooi ze leeg in de kliko en de zakken bij het restafval, en besluit: “nee. Niet meer doen. Weg ermee!!”.

Dit gebeuren heb ik al zeker 20 tot 30 keer gedaan in de afgelopen bijna 1,5 jaar. Als het al niet vaker is geweest! En dat heb ik ook gedaan met pakken koekjes, zakken snoep (van die mierzoete winegums-achtige dingen), en met gebak waar ik af en toe ook zin in heb.

Als ik zo nadenk, dan had ik van dat geld wel een paar keer mijn auto vol kunnen tanken… Jammer eigenlijk van dat geld…

Maar ik ben wel héél erg blij dat ik dit nu KAN! Dát ik die zooi weg kan gooien!
Dat is me voor die training bij Amarum niet gelukt!

Savonds heb ik vaak zin om iets te knabbelen. Voor de smaak, maar ook voor het mondgevoel. Dan pak ik wat noten. In mijn kast liggen nu altijd noten: macadamia’s, amandelen, pistache, allerlei soorten, waar ik wel eens zin in heb.
Die noten zijn wel veilig, in vergelijking met chips. Ik kan er een aantal op, en dan zit ik vol en ben ik verzadigd. En het zijn een bron van eiwitten, ook een goede keuze dus.

Dat is trouwens nog een voordeel gebleken: voor de operatie at ik grote hoeveelheden voedsel, maar echt genieten deed ik niet. Het was meer gewoonte, en naar binnen proppen, proeven deed ik niet, of bijna niet.
Nu ik lang moet kauwen komt er veel meer smaak vrij, en proef ik veel meer omdat het langer duurt. Best fijn, ook voor het verzadigingsgevoel.

De afgelopen paar maanden ging het wat beter dan voor de zomer, met af en toe dus uitschieters van snaaibuien.

Nu, deze periode, met alle heftigheid rondom de soap waar ik écht NIET meer aan meedoe, en de feestdagen die eraan komen, en alle veranderingen die er spelen, is het snaaien weer iets meer geworden.
Dus ik moet weer goed gaan opletten.

Wel ben ik meer gaan bewegen, vooral de laatste weken.
Ik zwem iedere week, voor de praatgroep.
Ik sport nu ook iedere week, na de praatgroep.
Ik dans iedere woensdag.
Ik wandel meer, langere stukken, doordat ik mijn auto niet meer vlak bij de eindbestemming hoef te zetten.
Ik loop de trap vaker op en af.

Dus die snaaizin zou ook kunnen komen doordat ik meer energie verbrand.

Toch blijft dit een aandachtspunt. En wil ik me weer meer richten om voldoende eiwitten binnen te krijgen. Die zorgen namelijk ook voor langer verzadigingsgevoel.

Het drinken gaat stukken beter.
Mijn maag is nu iéts groter dan vlak na de operatie. Ik kan nu een grote slok op, ipv een heel klein slokje. En ik krijg ongeveer de hoeveelheid binnen die ik binnen moet krijgen per dag.
Ik begin nu ook steeds beter te voelen of ik dorst heb of juist honger!
Dat verschil merkte ik voor de operatie nooit, en nu wel.

Het eten kan ik nu ook iéts meer.
Ik kan nu bijna 3 kwart snee brood achter elkaar opeten. Dat laatste stukje moet ik altijd even mee wachten. Zo ook voor een half hard broodje, kan ik niet helemaal op, moet dan steeds even wachten.
Het avondeten is al iets meer, maar nog steeds heel weinig.
Soms baal ik daar een beetje van, zoals met hutspot, mijn lievelingsgerecht. Dat vind ik zo moeilijk om maar een béétje van te nemen! Ik pak dan altijd teveel, maar daar doe ik dan een uur over.

Wat ik wel héél moeilijk vind is ergens anders eten. Bijvoorbeeld bij een djembeeweekend. Ik pak dan altijd teveel. Het smaakt dan ook zo goed… Maar gelukkig kan ik steeds weer de keuze maken: “nee, nu stoppen met eten, gaat anders niet goed”. Er kán namelijk gewoon niet méér in mijn maag, dus tja, dan MOET ik stoppen.

Laatst ging het even niet goed. Ik was bij een djembeedag, en had eten gekocht. Dat was teveel, veel teveel. Ik was ook wat onrustig, en daardoor at ik veel te snel. Ook at ik het vlees-gedeelte heel snel erachteraan, en toen ging het mis. Pijn, een flinke druk op mijn maag, die erger werd.
Ik besefte: dit gaat niet goed!
En toen heb ik weer, op de wc, de vinger in mijn keel gestoken, zodat ik er wat uit kon braken. Dát had ik wat maanden geleden voor het laatst gedaan, dus het ging nu niet echt makkelijk. Maar het lukte gelukkig wel, en dat bracht opluchting.

Maar ik merk dus wel: het BLIJFT  opletten, zelfs 1,5 jaar na de operatie.
Op het kauwen letten.
Op de snelheid van eten letten.
Op de volgorde van het eten letten.
Het is nog steeds oefenen, uitproberen, soms de mist in gaan.

Mijn reukvermogen is bijna weer normaal. Wel ruik ik sommige dingen anders dan voor de operatie. Zoals wierrook, dat vond ik heerlijk maar vind ik nu niet zo lekker meer. Zeep vind ik héél vreemd ruiken.
En pindakaas, vond ik heerlijk, maar nu? Wat een vieze muffe lucht heeft dat, bah! Pinda’s zelf vind ik nog wel lekker, ruiken ook zoals voorheen, maar pindakaas EN pindasatehsaus vind ik heel vies ruiken, én vies smaken. Best jammer, want genoot ik vroeger wel van.

Zure dingen vond ik vroeger smerig, en at ik bijna nooit.
Maar nu? Heerlijk!
Augurkjes in de sla, jammie! 🙂
Dus die veranderde smaak- en reuk-sensatie heeft ook zo z’n voordelen.

En het afvallen?

Dat gaat gewoon door.

Ik merk al zo onwijs veel verschil met voor de operatie!

Alleen al bij het bloed prikken. Voor de operatie konden ze mijn bloedvaten nooit vinden. Ik werd dan altijd 3 tot 4 keer geprikt voor het een keer lukte. Zoals ook op die dag vlak na de operatie, toen ik koorts had.
Maar nu?
Binnen 2 minuten sta ik weer buiten. Geen enkele moeite hebben de verpleegkundigen meer om mijn bloedvaten te vinden! En ik word maar 1 keer geprikt.

Ik kan nu trappen lopen zonder veel moeite. Ik merk wel dat mijn benen snel verzuren, maar ja, is ook logisch, met zo weinig energie dat ik binnen krijg.

Ik kan lange stukken wandelen. Een uur achter elkaar is geen enkel probleem! Terwijl voorheen ik na 2 minuten al niet meer kón en bijna door mijn hoeven zakte…

Ik kan mijn benen bijna helemaal strekken in de auto, en heb soms de neiging om de stoel iets naar voren te zetten om er beter bij te kunnen. Voor de operatie kreeg ik steevast kramp in mijn benen omdat ik mijn benen niet kon strekken en een heel lastige houding moest houden tijdens het rijden.
O, en er is nu zoveel ruimte tussen het stuur en mijn buik! Voorheen raakte mijn buik het stuur aan…

Als ik nu op een stoel ga zitten, dan kan ik met mijn handen die stoel onder mijn benen vastpakken en mezelf zo in de juiste positie krijgen. Dat lukte met geen mogelijkheid voor de operatie!

Ik kan nu bij de meeste stoelen met mijn rug tegen de leuning zitten, zonder lage rugpijn.
Voor de operatie kon ik naar achter zitten wat ik wilde, maar als ik dan mijn rug tegen de leuning wilde doen, dan lag ik bijna languit onderuit, omdat mijn derrière teveel ruimte innam, en de ruimte tussen rug en leuning gewoon heel groot was. Ik zat dus altijd rechtop, op een andere manier kon ik niet zitten. Ik was dus alleen al van dat rechtop zitten al enorm moe. En nu kan ik ruggesteun voelen, en echt, DAT is fijn!

Ik kan nu meer met mijn benen over elkaar zitten op veel stoelen, dat voelt heel wonderlijk…

Ik heb laatst op een barkruk gezeten, en ik kon er gewoon op komen!

Staand een praatje maken, zonder enorme pijn, en zonder heel erg zweten van de inspanning…

Springen begint ook al te lukken langzaamaan…

Staand doundoun spelen…

Afrikaans dansen….

Uberhaupt dansen…

Al deze dingen lukken gewoon nu!

Nu ik dit zo opschrijf moet ik er gewoon een beetje van huilen…

Mijn leven is zo verschrikkelijk veranderd!

Het is ZO VEEL beter geworden!

Oja, waar ik nog het meeste blij mee ben:

Ik heb altijd moeite gehad met kleding kopen.
Nou ja, de laatste 10 jaren niet, omdat ik een fijne kledingwinkel heb gevonden waar ze de dingen verkochten waar ik me fijn in voelde.
Die kleding hou ik enorm veel van. Ik wil ze ook niet weggooien, want ik vind ze nog steeds mooi. Maar ze moeten wel vermaakt worden, want het kan eigenlijk bijna niet meer, het zit niet mooi meer. Maar daar vind ik wel wat op.

Ik vond het wel altijd jammer dat ik mooie héle dikke gevoerde wollen vesten, van die stoere, niet kon kopen, want die paste ik nooit.
Ik verlangde daar wel enorm naar, want ik ben een enorme koukleum geworden. Mijn isolatielaag is aan het weggaan, en dat is goed merkbaar… bbrrrr….

Aan het eind van deze zomer wandelde ik langs een marktje.
Waar een kraam stond mét dat soort mooie vesten.
Ik dacht: laat ik het eens proberen.

Ik vroeg om de grootste maat van een mooi vest.
Het ging vooral om mijn heupen, dat ik op die plek in het vest paste, want dat is mijn probleemgebied.
Het was een 3XL-maat.

Ik trek hem aan…
De mouwen zijn véél te lang, maar dat vind ik niet erg.

Ik trek de rits dicht…

En

HIJ

PAST!

Met gemak!

Ik heb hem meteen gekocht, en trek dat vest, nu het kouder wordt, dagelijks aan.

En weet je?

Hij begint nu alweer ruim te zitten!!

Hoe vind je die dan??

Dit soort dingen… ik sta versteld, en ik ben er ZO blij mee!

Vandaag was ik bij mijn cardioloog voor controle, en zij zei: “u bent al veel kwijt he? Uw medicatie moet daarom aangepast worden, verminderd worden, want met een groter gewicht is meer medicatie nodig”.

Daarna ging ik naar mijn apotheek met het nieuwe recept, en die vrouw die me hielp zei: “U bent heel veel gewicht kwijt he?” Ik zei ja, door de maagverkleining, en hoeveel ik al kwijt was. “Jee….” zei ze, “Dat is heel goed te zien. Het staat u heel goed!”

Om eerlijk te zijn…

Vind ik dat best wel leuk om te horen 🙂

En wat ik nog het leukste vind?

Ik word niet meer nagestaard!

Ik val niet meer zo op als voor de operatie.

Mensen stoten en wijzen elkaar niet meer aan als ik eraan kom lopen, om elkaar te laten zien wat voor freak daar loopt.
Ik word niet meer uitgescholden door kinderen.

En soms spreekt een totaal onbekende mij aan om te zeggen hoe goed ze het zien dat ik afgevallen ben.  Ik denk dan vaak “ken ik u?”, maar ik heb nooit goed naar mensen gekeken als ik onderweg was.

Ja…

En nu willen jullie zeker weten hoeveel ik kwijt ben?

Ik ga de kilo’s nog niet noemen.
Dat bewaar ik tot ik vlak bij mijn streefgewicht ben.
Want ik moet nog best veel, én ik schaam me nog steeds voor mijn gewicht, ook nu ik al zoveel kwijt ben.

Maar wat ik wél kan vertellen is:

Ik ben nu 70% van mijn totale óvergewicht kwijt!

Dit percentage is wat het NOK had berekend dat mensen met een sleeve kwijt zouden kunnen raken.
In totaal.

Nou…

Ik ben pas bezig met veel meer bewegen, omdat ik lange tijd niks heb gedaan tijdens mijn depressie.

Dus…

Ik ga gewoon lekker nog even door.

70 %…

YES!

🙂
 

(Het beeldje, hierboven op het plaatje, krijgen alle mensen die via het NOK een maagverkleinende operatie hebben gekregen, een jaar na hun operatie.
Veel mensen zijn dan al hun overgewicht kwijt.
Dit beeldje heb ik ook gekregen, rond 15 juni 2017.
Ik ben er nog lang niet, maar nu al ervaar ik wat dit beeldje vertegenwoordigt: ik voel me vrijer! Lichter! Ik ben uit mijn oude zware lijf aan het stappen, bijna als een ander mens…)

 

 

 

 

Hoe het gaat na de maagverkleining, deel 1

Het is nu 5 december 2017 dat ik deze blog begin te schrijven.

Het  is nu 1 jaar, 5 maanden en 20 dagen na de maagverkleiningsoperatie.
Een hele tijd, en er is in die tijd nogal wat gebeurd, én veranderd vooral!

Vlak voor de maagverkleining kon ik bijna niks meer. Lopen ging amper meer, ik had overal pijn, was kortademig en continu moe. Ik deed weinig meer, had nergens zin in om te doen omdat alles zo zwaar was en moeilijk ging.

Mijn lijf kon mijn gewicht simpelweg niet meer dragen.

Ik schaamde me rot voor mijn omvang.
Overal waar ik kwam werd ik nagestaard, en ook uitgescholden door kinderen op straat: “hee dikke vetzak!” riepen ze dan in het voorbijgaan, terwijl ik niks bijzonders deed. Ik was er alleen maar en liep over straat, dat was alles, ik kéék niet eens naar hen! Maar dat was blijkbaar al genoeg reden voor mensen om me bewust pijn te doen. Ik was anders dan anderen, dus dat mocht dan wel…

AU!

Veel mensen denken dat schelden geen pijn doet.

Nou, dus WEL!

Er was geen plek waar ik niet nagekeken werd. Ik was héél erg zichtbaar en opvallend. Tja, wie opvalt wordt nagekeken. Dat doe ik ook als ik iemand met blauwe haren zie lopen, of die op een andere manier opvalt.
Dus hartstikke logisch.

Maar absoluut NIET leuk!

Hierdoor, en door de scheldpartijen, heb ik me meestal opgesloten in mijn huis. Om maar geen mensen te hoeven zien.
Of, beter gezegd:
Dat mensen MIJ maar niet zagen.

Zo heb ik aangemodderd, geleefd. Of eigenlijk: overleefd. Want leven deed ik niet, niet echt. Ik ging wel naar sommige evenementen, voornamelijk rondom het trommelen. Maar daarnaast ging ik nergens heen.

Ik heb van kind af aan eetbuien gehad. BED, Binge Eating Disorder. Vanaf mijn 24e jaar ben ik in gewicht gaan groeien. Ik was wel altijd iéts zwaarder dan andere mensen, maar niet extreem veel. Ik deed tot die tijd álles op de fiets. Maar op mijn 24e kreeg ik werk te ver van huis om te fietsen, dus ging ik met de auto. En toen ging het snel, kwam ik snel véél aan.

Ik heb mijn hele leven diverse lijnpogingen gedaan. Crashdieten. Die niet vol te houden waren, waardoor ik daarmee stopte. En alles wat ik kwijt was er weer aan kwam, plus veel extra erbij.
Ik was de klassieke jo-jo-er.

Ongeveer 10 a 15 jaar geleden zijn de maagverkleinende operaties in opmars gekomen.
Ik heb destijds me aangemeld, ik stond op de wachtlijst, maar ik durfde het toen niet aan. Er was toen alléén die operatie, verder was er geen begeleiding. Na de operatie moest je zelf aan de slag, er was weinig informatie ervoor en erna.

Na mijn afmelding heb ik zelf nog wat serieuze pogingen gedaan tot gewichtsverlies.
Een van de laatste keren was toen Obese op tv kwam. Extreem veel sporten en heel weinig eten.

Door dat programma werd ik enorm gemotiveerd! Dát wilde ik ook, precies op die manier! Ik vond bewegen niet erg, ook al was het heel erg moeilijk en zwaar op dat moment. Maar vooral die begeleiding, dát zocht ik!

Ik heb me toen aangemeld voor een vervolg op Obese.

Twee keer zelfs.

Beide keren ben ik afgewezen.

Dat kwam verschrikkelijk hard aan. Tja, met mijn achtergrond van afgewezen worden is dat niet gek natuurlijk… Ik zou bijna zeggen dat het me niks zou moeten doen, omdat ik het gewend ben, maar zo werken trauma’s helaas niet.

Intussen wilde ik toch van mijn overgewicht af, want het belemmerde me zo in mijn leven, ik wilde die balast kwijt.
Het liefst op de Obese-manier, dus veel sporten en minder eten. Dat leek me DE manier.

Bij een sportschool had ik het geluk dat een personal trainer in opleiding naar mensen zocht die wilden afvallen. En zij wilde mij wel helpen, voor alleen het abonnementsgeld van de sportschool.

Dit heb ik ongeveer een klein half jaar volgehouden. Het bewegen ging goed, ik werd steeds sterker en fitter.

Maar helaas ging het met eten niet goed, ik bleef eetbuien houden, en daardoor was die levensstijl toch geen succes. Ik kon het niet volhouden. Ook omdat ik in drie-kwart jaar tijd mijn toenmalige huisdieren (een kat en twee honden) heb moeten laten inslapen, en dat was nogal heftig.

Ik ben toen met sporten gestopt, en heb een jaar niks gedaan. Letterlijk. Ik heb geen djembee gespeeld, ben bijna nergens meer naartoe geweest. Ik zat in een flinke depressie.

Toen besefte ik me: dit gaat zo niet langer. Dat gewicht kan ik niet meer dragen, en ook alles wat daaromheen hangt is te zwaar.
Ik wilde het op een andere manier doen, dus zonder operatie, maar wie hield ik nu voor de gek? Alleen mezelf maar. Want ik had bijna álles geprobeerd, maar dit vele gewicht kwijt zien te raken was te moeilijk, een te grote klus.

Dus ook al wilde ik het niet, ik moest toch mijn verlies erkennen en in gaan zien dat ik het zonder operatie, zonder maagverkleining, niet voor elkaar kreeg om mijn overgewicht kwijt te raken.

Met pijn in mijn hart heb ik me aangemeld bij het NOK, de Nederlandse Obesitas Kliniek.

Ik had in die tijd nog eetbuien. Bijna dagelijks.

Daarom ben ik de eerste keer afgewezen voor de operatie.
Ik kreeg een ‘voorlopig nee’.

Ik werd doorverwezen naar Amarum, een kliniek voor eetstoornissen.
Daar werd ik aangenomen voor een DGT, Dialectische Gedrags Training.
Die duurde 26 weken, en daarin werd geleerd hoe ik anders met die eetdrang om kon gaan. Er werden diverse handvaten aangereikt die ik in kon zetten. Met als doel om de eetbuien te stoppen. Er werd géén dieet gegeven, ik moest zelf bedenken wat het beste eetplan was voor mij, en die ik vol kon houden. Ik hoefde niet perse af te vallen, dat zou mooi meegenomen zijn maar dat was niet de intentie. Het was belangrijk dat die eetbuien stopten, en dat mijn gewicht niet verder toenam.

In het begin van die training was het lastig, zacht uitgedrukt. Ik was aan het worstelen maar kreeg de toegereikte lesstof niet eigen gemaakt.

Pas tegen het einde van die training lukte het wél. Ik kon toen wél die knop omzetten, omdat ik ook besefte: die training is bijna voorbij, ik wil nu wél voor die operatie in aanmerking komen, dus nu moest ik het geleerde nu toch serieus toe gaan passen.

En dat lukte.

Wel met vallen en opstaan, maar ik kreeg de lesstof steeds beter toegepast in mijn leven.

Na die training heb ik mij opnieuw aangemeld voor een maagverkleinende operatie, en toen werd ik wél goedgekeurd.

Ik kreeg een hele screening, mentaal en lichamelijk. Om te kijken of ik, en mijn lijf, die operatie wel aan zou kunnen.

Er werd me gevraagd welke operatie ik wilde.

Ik had al besloten dat ik de Gastric Sleeve wilde.
Dat is alleen een maagverkleining. Er wordt dan een groot deel van de maag weggehaald. Wat er over blijft is ongeveer de inhoud van een halve kleine banaan.

Ik had ook kunnen kiezen voor een Gastric Bypass. De meeste mensen kiezen hiervoor.
Hierbij wordt de maag verkleind tot de inhoud van een kiwi.  EN de dunne darm wordt ingekort, ongeveer een meter. Dat stuk darm, én groot deel van de maag, blijven wel in het lichaam, en maken hun eigen spijsverteringssappen aan, maar het voedsel komt er niet langs op die plek, pas later in het darmenstelsel komen die sappen en voedsel bij elkaar.. Het voedsel krijgt daardoor minder kans om opgenomen te worden door de rest van de darmen. Dus is er dubbel effect: minder eten én er wordt nóg minder opgenomen, dus het afvallen gaat sneller.

Ik wilde niet dat er aan mijn darmen gerommeld zou worden, want daar had ik al last van.
Gelukkig waren de artsen het met mijn wens eens, dus ik werd op de wachtlijst geplaatst voor een Gastric Sleeve.

Ook vonden de artsen de sleeve voor mij beter, omdat mijn BMI zo hoog was. En mocht ik niet voldoende afvallen, dan kon ik later alsnog een gastric bypass krijgen, of een variatie daarop, dus het inkorten van de darm.
Maar ik dacht, en hoopte, dat de sleeve voor mij voldoende was.

Vanaf april 2016 ging het groepsproces van start.

Mensen die op de wachtlijst staan voor een maagverkleinende operatie worden in een groep ingedeeld van max 10 personen. Deze groep gaat samen het hele traject door: uitleg en voorbereiding voor de operatie en vlak erna:  wat je kan verwachten, wat je nu alvast moest gaan doen (bijvoorbeeld oefenen in niet eten én drinken tegelijkertijd, is een NO-NO!), informatie over vitamines en welke voedingsstoffen je het beste kan eten voor het beste resultaat, en ook over de psychische kant en de bewegingskant na de operatie.

Dan komt de periode met de operatie zelf, in twee of drie weken tijd worden alle groepsgenoten geopereerd.

En daarna het herstel, én het wennen aan de nieuwe levensstijl én het nieuwe lichaam.

Het groepsproces vond ik het lastigste. Ik was de enige zonder smartphone, en de rest zat allemaal in de speciaal gemaakte groepsapp. Ik viel daar dus buiten, ook alweer een pijnpunt uit het verleden.
Maar ik heb het toch volgehouden, ook al vond ik het jammer dat ik weinig contact had met de andere groepsgenoten. Ik miste dat echt.

De informatie die we kregen was ENORM  veel!
Over vitamines die we moesten slikken.
Over geen calcium en ijzer tegelijk eten of innemen, omdat calcium de opname van ijzer in het lichaam tegengaat.

Dus melk bij het brood of ander eten waar ijzer in zit? Niet doen! Daar moet zeker 1 a 2 uur tussen zitten.
Dit geldt voor iedereen, dus niet alleen voor mensen die geopereerd worden.
Veel mensen weten dit niet, en doen dit standaard ‘verkeerd’. Hierdoor komt bij veel mensen bloedarmoede voor, wat velen niet eens weten. Dat was ook bij mij het geval. Gelukkig weet ik nu wel hoe het zit.

Maar ook qua tijdsplanning: wanneer eten, wanneer drinken?
1,5 liter vocht moeten we binnenkrijgen. Voorheen kon ik een glas achter elkaar leegkloeken, maar dat lukt dus niet meer na de operatie, hoe ga ik dat oplossen? Het eten en drinken dus apart van elkaar, met minimaal een half uur ertussen.

Het eten zelf: eiwitten zijn het belangrijkste, want door afvallen ga je spieren en spierkracht verliezen. Door bewegen en eiwitten eten wordt dat wat tegengegaan.
Na de eiwitten eten dan een beetje koolhydraten en dan pas groenten, als dat kan. Maar er is weinig plaats, dus ook hier is het zoeken: wat wanneer eten?

Er werd ons op het hart gedrukt: niet lijnen!

Niet heel streng worden en alleen magere producten eten, geen crash-dieet gaan volgen. Gewoon een normaal eetpatroon, waarin ook plek is voor iets lekkers op z’n tijd. Anders kom je in dezelfde valkuil als voor de operatie.
Je moet jezelf wat gunnen, héél belangrijk! Want anders hou je het gewoon niet vol en sla je weer door, waardoor de operatie weinig zin heeft gehad.

Want:

Ook na de operatie, en veel kilo’s kwijtraken kún je weer aankomen, en zelfs zoveel als het zwaarste gewicht van voor de operatie, of meer.

Want de maag, die door de operatie verkleind wordt, kan weer groter worden.

Ook verkeerd eten en niet bewegen kan ervoor zorgen dat je weer aan komt.

De operatie zorgt in het eerste kwartaal, of half jaar, er 80% voor dat je gewicht kwijt raakt, en de persoon zelf doet 20%. Dus die 80% gaat eigenlijk vanzelf, door de kleine maag, en die 20 % doe je zelf, door de keuzes van het eten.

Na die kwartaal, of half jaar, is het omgekeerd: de operatie doet dan 20% van het gewichtsverlies, en de persoon zelf doet 80%. Dus dan komt er meer van de persoon op aan, qua keuzes en bewegen, en de kleinere maag geeft dan minder effect.

Dus juist die eerste periode is het zaak dat de eetstructuur goed gaat en sterk wordt, zodat het daarna minder moeite kost om je daaraan te houden.

Zo leuk: terwijl ik dit schrijf, hóór en zie ik de diëtiste dit vertellen 🙂

Nou, na al die weken boordevol informatie kwamen de operaties.

De eerste persoon van onze groep ging het niet zo goed mee, ze kreeg complicaties en heeft een aantal nachten in het ziekenhuis moeten blijven.
De mensen die daarna aan de beurt waren ging het allemaal heel goed mee, en mochten een dag later weer naar huis.

Ik was de laatste van onze groep.

Op 15 juni 2016 werd ik geopereerd.

En waar ik al bang voor was (want zul je vast zien, de eerste én de laatste)….

Er was een complicatie tijdens de operatie.

De dag dat ik geopereerd werd was al bijzonder.
Ik zou op een kamer komen van 4 personen, waarvan 3 mannen.

Ik heb geweigerd.

Met mijn misbruikverleden?
No way!

Gelukkig werd dat héél serieus genomen, en ik werd toen op een tweepersoonskamer geplaatst, met een andere vrouw samen.

Eerst was dat een turkse vrouw.
Hup, wéér allemaal trauma’s die omhoog kwamen, gezien mijn verleden met turkse mensen…

Ja, ging lekker zo!

Gelukkig ging die turkse vrouw diezelfde dag nog naar huis, en kwam er een Nederlandse dame op de kamer. Daar heb ik het heel gezellig mee gehad, en ook met haar familie.

Ik was best nerveus voor de operatie.
In oktober 2015 is mijn galblaas verwijderd, die vol met stenen zat. Vlak na het wakker worden uit de narcose ben ik ontzettend misselijk geweest. Ik moest alleen maar braken, een paar uur lang.
Daar was ik weer bang voor. Maar ik dacht: ‘nou ja, moet dan maar, ik zie het wel en laat het maar gebeuren’.

Toen werd ik opgehaald.

Sinds wat maanden werkten ze in dat ziekenhuis met operatiestoelen, speciaal voor bariatrische chirurgie, dus maagverkleinende operaties. Omdat die patiënten zo zwaar zijn en moeilijk kunnen bewegen, is het lastig om ze van het bed op de operatietafel te krijgen, en ook weer van de operatietafel naar bed, als de patiënt nog onder narcose is.

In die stoel blijf je de hele tijd: vanaf het moment dat je opgehaald wordt, tijdens de operatie en nadat je weer wakker bent geworden op de uitslaapkamer, totdat je genoeg bij bent om zelf van die stoel af te stappen, je eigen bed weer in op je eigen kamer.

Dus in operatiekleding moest ik plaatsnemen op die stoel, en daarmee werd ik van mijn kamer naar de pre-operatieve kamer en later naar de operatiezaal gereden.

Die stoel hadden ze dus pas een paar maanden in gebruik, ze moesten er nog aan wennen. Op de operatiezaal drukten ze op wat verkeerde knoppen, waardoor het leek dat ik in een achtbaan zat. Want die stoel kan alle kanten op bewegen, en ik kwam helemaal scheef te hangen!
Nou, ook weer een leuk begin… bbrrrr…
Gelukkig kon ik er wel om lachen.

Nadat ik nog even gevraagd had of de nietjes (waarmee ze mijn maag gingen verkleinen) goed zaten in het apparaat, en ze aan mij gevraagd hadden welke operatie ik kreeg (ze noemden eerst de verkeerde… o jee…!), werd ik onder narcose gebracht.

Van de operatie heb ik niks gemerkt.

Toen ik wakker werd, was ik inderdaad waar ik al bang voor was: ontzettend misselijk, en de eerste uren heb ik liggen braken, verschrikkelijk.
(Toen ik later die week zo’n stoel zag langskomen werd ik iedere keer spontaan hartstikke misselijk. En die stoel zag ik heel vaak, want het was een komen en gaan van patiënten die een maagverkleining kregen!)

Maar dat was niet alles.

Ik had een drain uit mijn buik hangen!

Huh?

De chirurg kwam langs, en vertelde dat mijn maag, dat deel dat verwijderd werd, vastgekleefd zat aan de pancreas, de alvleesklier. Ze konden dat stuk maag niet zomaar verwijderen en hebben mijn pancreas moeten beschadigen. Dat is met hechtpleister wel weer afgedekt en zou vanzelf weer gaan dichtgaan. Maar tot die tijd moest de drain in mijn buik blijven, om het vocht te verwijderen wat aangemaakt werd.

Oke, geen probleem, wat moet dat moet.

Een of twee uur na de operatie werd ik uit bed gehaald.

Ik moest gaan wandelen!

Meteen, niet blijven liggen, maar bewegen.

Des te beter zou het herstel gaan.

Oke, dus ik, met de drain uit mijn buik en met de ‘kapstok met wielen’ omdat ik aan een infuus zat voor het vocht en pijnstillers, ging ik wandelen. Héél langzaam, maar wel héél vaak. Op de dag na de operatie liep ik bijna ieder uur een klein rondje over de afdeling.

Verder was het een komen en gaan van personeel: ik moest hapjes vloeibaar eten, ik moest gaan drinken. Ik moest medicijnen proberen te slikken. Mijn bloedsuiker werd gemeten, ook mijn bloeddruk, en mijn temperatuur, dit alles om de paar uur.

In het ziekenhuis dacht ik tot rust te komen..

Niet dus.

Maar eerlijk waar: wat een geweldige mensen werken op die afdeling!
Ik hoefde maar te kikken en ze stonden al bij mijn bed.
ZO lief, zo attent, zo meedenkend.
Ja, eerlijk waar, petje af!
Ik hoorde later dat dat niet in elk ziekenhuis, waar maagverkleinende operaties gedaan worden,  zo is. Dus ik had echt veel geluk hiermee!

De tweede dag na de operatie ging het al een stuk beter. Het lopen ging goed, ik voelde me prima, op wat pijn na. Het eten ging moeizaam, dat deed pijn. Ook het drinken ging erg moeilijk, ik kreeg lang niet de hoeveelheid vocht binnen die ik moest. Daarom bleef ik aan het infuus.
Ik zou smorgens voor 12.00 uur 1 liter vocht op moeten krijgen, dán pas mocht ik naar huis.

Ik was die dag aardig op weg, toen ik ineens me héél beroerd ging voelen. Misselijk, veel pijn, en ik kreeg daar medicatie voor toegediend.
Ik heb die dag wat minder gelopen, en veel gelegen.

De onderzoekjes, dus bloedsuiker, bloeddruk, temperatuur enz, ging gewoon door.
Ook snachts.

Die nacht kreeg ik koorts, richting de 40 graden.

Ik was loeiwarm, en kon niet blijven liggen, ik wilde eruit, naar de koele gang.
Dat deed ik, en de nachtzuster vertrouwde het niet, en riep een arts op. Die vroeg bloedonderzoeken aan.
Dat werd gedaan, op de gang.
En dat duurde nogal een tijd, omdat ze met twee mensen geen ader bij me konden vinden. Ik ben 4 of 5 keer geprikt, het wás een gedoe! En ik, intussen met koorts, daar op de stoel hangen…

Uiteindelijk lukte het toch, en is mijn bloed later onderzocht.

Die ochtend kwam de chirurg weer langs.
Hij legde uit wat er met mij aan de hand was.

Die pancreas, die dus beschadigd was, maakt spijsverteringssappen aan. Die sappen zorgen voor de vertering van vlees dat je opeet.

Die sappen kwamen nu in mijn buik, waar ze mijn eigen vlees aan het verteren waren!

Dáár kwam die koorts van, en daar was ik zo ziek van.

Die drain was om ervoor te zorgen dat die sappen niet in mijn buik bleven.
En zolang dat verteringsvocht uit die drain kwam, mocht ik niet naar huis, En dat zou wat dagen kunnen duren.

Dat was wel een tegenvaller, maar oke, beter dat ik dit in het ziekenhuis tegenkwam dan thuis. Ik werd hier ook goed verzorgd, dus prima.

Ik ging verder, met mijn vele wandelingetjes, en kletsen met de kamergenoot en haar familie, en beetje tv kijken en rusten.

Een dag later kreeg ik mazzel: er kwam een eenpersoonskamer vrij, of ik die wilde?
Mijn kamergenote moest naar een andere afdeling, erg jammer.
Dus ik zei “JA!” tegen die kamer voor mijzelf alleen.
Dat was geweldig fijn!
Het lopen ging steeds beter, en ik heb mijn oude kamergenote op die andere afdeling bezocht een aantal keer.

Die nacht ging het weer mis, maar nu kreeg ik hartritmestoornis.
Ik had daar medicijnen voor, maar vlak na de operatie was mijn hartslag zo laag dat de artsen me mijn medicijnen niet wilden geven. Dus ik deed al een paar dagen zónder.

Nou, weer heel gedoe, ze gaven me andere medicijnen maar die sloegen niet aan. Pas na 4 uur lang een wild kloppend hart werd het wat rustiger.

Uitrusten in het ziekenhuis, wat zei ik daar ook alweer over?
Oja:
NOPE!
Pfff…

Die dag erna ging het gelukkig weer iets beter. Al bleef ik soms koorts houden en vaak misselijk en pijn.

Die pijn was trouwens goed te doen!
Ik besefte me heel goed: ik was geopereerd, dus nogal logisch dat ik pijn zou hebben! Ik had daar weinig problemen mee. Alleen het eten en drinken ging moeizaam, ik kwam lang niet aan wat ik hebben moest.
Nou ja, rustig aan maar.
Ik kon toch nog niet naar huis, want er kwam nog steeds vocht uit de drain.

Wéér een dag later ging het alweer iets beter. Ik voelde me best goed, het vocht werd minder in de drain, en misschién mocht ik de volgende dag naar huis.
Helaas werd ik die avond van mijn eenpersoonskamer afgehaald, en kwam ik op een zaal van 4 terecht. Ik was die dag als enige nog, maar de volgende dag zouden er 3 bij komen.

Die volgende dag kreeg ik geweldig nieuws: mijn bloedwaardes waren goed, het vocht uit de drain was er nagenoeg niet meer.
Ik mocht naar huis smiddags!

Na 5 nachten in het ziekenhuis te hebben gelegen mocht ik thuis aan mijn nieuwe leven beginnen.

Yes!

Het leven van Em 2.0 kon nu echt beginnen 🙂

 

 

 

 

 

 

 

Over (gedachtes en) zelfmoord

Deze blog kan triggeren, dus wees gewaarschuwd.
Wáárom?
Nou ja, de titel zegt genoeg denk  ik.

 

Sinds mijn vorige blog houden gedachtes over zelfmoord me heel erg bezig.

Ik denk veel aan mensen die ik ken, die zelfmoord gepleegd hebben.

Waarom deden die mensen dat?

En wat betekent zelfmoord voor mij eigenlijk?

Mijn gedachtes vliegen alle kanten op nu. Ik weet niet goed waar ik zal beginnen…
Nou ja, érgens dan maar.
“Een reis begint met een eerste stap”…

Soms denk ik erover om bij 113 zelfmoordpreventie te gaan werken, als vrijwilliger.
Omdat ik het begrijp, die wens (zie later in deze blog).
Omdat ik het belangrijk vind dat mensen erover kúnnen praten.
Omdat ik vind dat er openheid over moet komen, het moet bespreekbaar zijn.
Omdat ik denk dat ik dat ook kán, erover praten met mensen, juist omdát ik ze begrijp.

Ik ben er nog niet over uit óf ik dit ga doen, omdat ik bang ben dat het me teveel belast. Niet om over zelfmoordgedachtes te praten, maar wel om alle shit aan te horen die mensen dan gaan vertellen over wat ze allemaal meemaken. Ik weet wel dat je een training krijgt, en dat je ook intervisie krijgt over hoe je met die belasting om moet gaan.
Nou ja…ik hoef niet nu direct te beslissen, ik laat het nog een tijdje bezinken.

Ik ben nu 49 jaar. Bijna 50, over een aantal maanden.
Ik voel me nog niet zo oud, maar ik ben het wel.

Als ik aan mijn leeftijd denk, dan verbaast het me voorál dat ik deze leeftijd gehááld heb.
Dat ik er nog bén.
Dat ik nog lééf.

Ondanks alle ellende die ik heb meegemaakt, en hoe moedeloos ik vaak ben geweest, en onnoemelijk verdrietig…

Ik bén er nog.

Ik haal adem.

Ik zie.

Ik ruik.

Ik voel, met tastzin én binnen in mijn lijf.

Ik hoor.

Enz.

Ik bén er nog.

De mensen waar ik aan denk en die er niet meer zijn, door hun eigen keuze, houden me best bezig.
Nu in deze donkere periode denk ik er veel aan.

Ook rondom de aankomende feestdagen, die voor mij geen pretje zijn, omdat het me des te bewuster van maakt hoe eenzaam ik ben.
Met weinig tot geen regelmatige contacten om me heen om van gedachten te wisselen. En het niet hebben van een hechte familieband, van kind af aan.

Allemaal pijnpunten, worstelingen, en gemis.

Om maar te zwijgen over de vele teletekstberichten van gestremde treinen door een aanrijding met een persoon…

Over die mensen waar ik nu vaak aan denk:

Ik denk nu bijvoorbeeld aan Antonie Kamerling, die acteur, waar ik een beetje verliefd op was. Zo’n mooie man. Ik heb het boek over hem gekocht, met de titel “toen ik je zag”. Heel bijzonder, ik heb het in één dag uitgelezen.

Ik denk nu ook aan een verre collega van een bedrijf waar ik ooit werkte.
Een stille, beetje norse, beetje sombere man.
Hij zat altijd alleen achter zijn bureau tijdens de lunchpauze.
Ik heb hem wel eens gevraagd: “moet je niet in de kantine eten?” Maar nee, hij zat liever daar alléén te eten.
Tijdens werktijd was hij verder heel stil aan het werk.

Totdat die ene dag kwam, en het hele bedrijf enorm geschokt was: die man had zelfmoord gepleegd. Hij had zichzelf opgehangen, en zijn vrouw had hem gevonden.

Het gonsde toen van gesprekken over hem: waarom had hij het gedaan? Waarom had hij geen hulp gezocht?
Ook veroordelende meningen waren er: “dat doe je toch niet? Wat een stomme egoïstische daad! En zijn vrouw moet alles opknappen, ja lekker makkelijk zo!”

Ik weet niet héél goed meer wat ik dacht.
Ik was, denk ik, vooral geschrokken: “jee die wilde écht niet meer! Wat moet die man wanhopig zijn geweest…”
Maar ook: “wat rot voor zijn vrouw, die moest nu alles opknappen wat hij achterliet…”
Dus ik was, denk ik, wat dubbel qua gedachtes. Deels meelevend, deels veroordelend.

Ik denk ook aan een vrouw die ik vaag van de Afrikaanse muziekwereld kende. Ik heb nooit met haar gesproken, maar kende haar gezicht wel.

Ik was enorm geschokt dat zelfs in de Afrikaanse muziekwereld dit voorkomt! Dat had ik niet verwacht. Mijn gedachtes over mensen in deze muziekwereld waren dat dat super positieve enthousiaste mensen waren, die vooral wél zin in het leven hadden.

Kun je nagaan hoe enorm gekleurd mijn bril was, en is.
Ik stond er nooit bij stil dat ook deze mensen rottige tijden door maken. Dat ook zij soms wanhopig waren. Dat ook zij mentale kwetsbaarheid kennen en daar mee om moeten gaan, net als ik.

Deze vrouw had ook een mentale kwetsbaarheid. En ze kón op het eind niet meer, ze was op, en kwam daardoor tot haar wanhoopsdaad om maar rust te krijgen.
Dat is wat ik begrepen heb.

Ik denk ook aan een jongen, of beter gezegd jonge man, die ik heb leren kennen toen ik in therapie ging, en toen er een e-mailgroep ontstond.
Deze man was erg bezig met drama, met negatieve gedachten. Alle pogingen van mensen om hem aan het omdenken te krijgen, om hem in te laten zien wat er goéd ging in zijn leven, mislukten. Niks was goed, hij was niet goed, zijn geliefden waren niet goed, het leven was niet goed, punt.

Ook hij heeft zichzelf opgehangen, en zijn vriendin heeft hem gevonden.

Wat was ik kwáád op deze jongen! Eerlijk waar, ik was woest!
Hoe kon hij dat haar aandoen?!?
Ze had al eerder iemand aangetroffen die op die manier zelfmoord had gepleegd, ze had daar nog steeds nachtmerries van..
Hij wist dat, hij hield van haar, en tóch flikte hij dat haar?
Wat een lulhannes!
En wat een dramaqueen zeg!

Nu denk ik er inmiddels iets genuanceerder over.

Dat hij niks positiefs kon zien was een onderdeel van zijn problematiek. Waar hij waarschijnlijk niks aan kon doen, en dat niet kon veranderen.
Ook hij was blijkbaar zo wanhopig, dat hij niet meer kón en tot deze daad kwam.
Ik ben niet boos meer op hem.

Ik denk ook aan een man die ik kende van het sporten.
Hij deed fanatiek aan fitness, en hij deed in zijn jongere jaren aan bodybuilding.
Dat laatste was nog steeds héél goed zichtbaar. Hij was enorm gespierd, en had echt een goed bodybuildersfiguur, ondanks zijn hogere leeftijd.

We hebben héél veel leuke gesprekken gehad. Over hoe je spieren moet kweken, en wat voor voeding je dan het beste kan eten. Vooral eiwitten direct na het sporten.

Maar ook over jezelf motiveren, want ook al heb je geen zin om te gaan sporten: je kunt beter wél gaan, want daarna voel je je een stuk beter, en kunt dan trots op jezelf zijn: je bent geweest!

En ook over zijn hond, en over zijn vrouw, en over hun leven, gewoon écht gezellige gesprekken.

Onder andere door deze man vond ik het erg fijn op de sportschool.

Door een depressie is het me daarna een langere tijd niet gelukt om te sporten.

Ineens kreeg ik een bericht van een sportinstructeur via facebook:

“Jij had toch ook veel contact met Jan? Weet je dat hij er niet meer is? Vandaag is zijn uitvaart…”

Ik zag het bericht te laat, dus ik kon helaas niet meer bij zijn uitvaart zijn. Waar ik nog steeds veel spijt van heb.

Ik heb een andere sportinstructeur gebeld, en vroeg hoe dat kwam. Was hij ziek?

Deze man, die zo goed voor zijn lijf zorgde, had kanker. Hij had dat een aantal maanden eerder te horen gekregen.

Hij heeft zich op 1 januari opgehangen.

Ik stond perplex…

Hoe kon zo’n man, die zo blij was met zijn leven, met zijn vrouw, en die pas een jonge hond had gekocht waar hij helemaal verliefd op was…
Hoe kon hij het zómaar opgeven?
Hoe kon hij zijn geliefden nou zó achterlaten?

Aan de andere kant…

Hij was echt enorm fier op zijn lijf. Trots, en hij onderhield het écht heel goed. Zorgde voor de juiste voeding, en trainde zichzelf.
Ik kán me voorstellen dat hij er totaal niet mee kon omgaan dat datzelfde lijf, waar hij zo trots op was, hem in de steek liet.
En dat hij het niet aan kon om tegen die kanker te vechten (áls dat al mogelijk was, ik weet de details helaas niet verder…).

Steeds als ik bij de sportschool ben en ik doe een bepaalde oefening (de ‘legextension’), dan denk ik aan Jan, aan onze gesprekken, aan zijn glimlach tijdens die gesprekken, aan de tips die hij had qua trainen, met name op dát apparaat, en qua voeding. Aan zijn motivatie naar mij toe, zijn gezelligheid. Aan zijn liefde voor zijn hond en vooral voor zijn vrouw.

Ik mis hem op die plek… Hij was daar geliefd door héél veel mensen…

En ik vraag me soms af: zou hij, waar hij nu is, trots op me zijn, op mijn vooruitgang?

Wat zou ik graag willen dat ik nog met hem kon sparren en kletsen…

Ik voel me vaak verdrietig, dat hij er niet meer is….

Tja, en dan het heftigste verlies door zelfmoord.

Mijn groepsgenoot van een praatgroep, waar ik aan moest denken bij mijn vorige blog.

Een hele lieve rustige man.
Hij liep moeilijk, en had een hond (zie foto boven deze blog).

Die hond nam hij meestal mee naar de praatgroep.
Helaas mocht die hond niet mee naar binnen, dus die bleef op de gang, bij de scootmobiel van die man.
Maar in de pauze gingen we allemaal naar buiten. Die hond ging mee en die heb ik onwijs veel geknuffeld en gemasseerd! Dat was zo’n lieverd, en zo’n mooi dier! Een prachtig koppie had die hond, zo’n mooie vorm. En die vacht… superzacht!
Zodra ik naar buiten kwam rende die hond op me af en ging voor me staan, helemaal klaar om gemasseerd te worden, zo leuk…

Ja, we waren allemaal gek op dat dier 🙂

En ook op de groepsgenoot. Zo’n lieve man, zo meedenkend… echt een heel fijne groepsgenoot.

Met die man (en trouwens met alle groepsgenoten) ging het heel erg op en neer.

Hij had een bipolaire stoornis (manisch-depressief) en had verslavingsproblematiek.
Hij is, in de latere tijd, in therapie voor die verslavingen gegaan.
Soms ging dat even goed, maar toch kon hij het niet volhouden om met die verslavingen te stoppen.

Op het eind ging het ineens heel erg goéd met hem. Hij kreeg allemaal positieve berichten, hij kreeg steeds beter contact met een dochter van hem, en zijn leven werd ineens een heel stuk fijner. Hij had er weer zin in, voelde zich wel goed, kortom: hij had geen last van zijn problematiek.

Zei hij althans…

Een week later kwam het bericht:

Hij is, met zijn hond, voor de trein gaan staan.

Wow…

Ik snapte er niks van.

Het ging toch heel erg goed met hem? Allemaal goede berichten vertelde hij de week ervoor. Waarom deed hij dat dan?

En waarom in hemelsnaam nam hij zijn hond mee??

Dáár was ik woedend om! En zo verschrikkelijk verdrietig!

Die man was er niet meer.
Oke, dat was zijn eigen keuze.
Maar die hond… dat doé je toch niet?

Mijn begeleidster heeft me later uitgelegd dat hij en zijn hond een twee-eenheid waren. Hij kon het niet aan om zijn hond achter te laten zonder hem. Hij was zo bang dat de hond hem zo erg zou gaan missen, dat hij daarom samen met zijn beste maatje naar een ‘betere bestemming’ wilde gaan.

We hebben er in de praatgroep nog wat keren over gesproken.

En er is me toen veel duidelijk geworden.

Dat hij zo moeilijk liep en in een scootmobiel reed, was omdat hij al eerder een zelfmoordpoging had gedaan, die niet goed afliep. Daardoor was hij gehandicapt geworden.

Hij was, voordat zijn mentale problemen de kop op staken, een heel actieve en ondernemende man. Hardwerkend en een hele lieve vader. Hij kon het niet goed aan dat hij dat alles niet meer was en niet meer kon.

Hij had zich aangemeld bij de levenseindekliniek, om op een menselijke manier een eind aan zijn leven te kunnen maken. Dat had hij al maanden eerder gedaan.

Maar…

Van die kliniek mag je geen verslavingen hebben.

Je moet nuchter zijn en blijven, want je moet goed kunnen onderbouwen waarom je dood wilt, en als je onder invloed bent kan je dat niet goed beoordelen.

Dáárom was hij in therapie gegaan voor zijn verslavingen.
Om aan die voorwaarde van de levenseindekliniek te kunnen voldoen.
Maar dat kon hij niet volhouden…

Toen hij tot zijn wanhoopsdaad kwam, was hij manisch.
Ik hoor steeds vaker geluiden dat mensen juist tijdens een manische periode zelfmoord plegen, in plaats van tijdens een depressieve periode. Vooral als die wens er al langer is om dood te gaan. Tijdens die manie zijn ze er minder angstig voor, dúrven ze dat te doen.

En dat het zo goed leek te gaan voor dat hij zelfmoord pleegde?

Ook dat hoort erbij.
Waarschijnlijk ook om de omgeving niet ongerust te maken, en hen niet de kans te geven om die daad tegen te houden.

Tja…

Waar ik wel van overtuigd ben, is dat het anders was gelopen als die instelling van de praatgroep de bereikbaarheidsdienst nog had.
Die was wegbezuinigd, en daar had mijn groepsgenoot het onwijs moeilijk mee.
Want die kon hij gratis bellen, of iig voor weinig geld, op tijden dat hij het nodig had, vooral ’s avonds en ’s nachts.
Hij had wel een nummer van een andere plek, maar dat was een duur nummer, en dat kon hij zich gewoonweg niet veroorloven.
Dus hij stond qua hulp met lege handen, voor zijn gevoel.
Die hulp had hij op tijden nodig dat het kantoor gesloten was, dus hij kon gewoon niemand vinden die hem dan kon helpen.

Had hij maar aan 112 gedacht om te bellen…

Of aan 113…

Maar ja… dat is allemaal niet gebeurd.
Het is nu een jaar en 4 maanden geleden dat hij voor dit einde gekozen heeft.
Erg heftig…
Ik hoop dat hij zijn rust heeft gevonden, en samen is met zijn beste maatje.

En dan ik zelf.

Ik heb mijn hele leven zelfmoordgedachtes gehad.
Van kind af aan.

Soms heel vaak binnen korte tijd, en soms maanden achter elkaar helemaal niet.

Ik heb 3 keer een poging gedaan.
Om eerlijk te zijn: halfslachtig, ze zouden niet gelukt zijn.

Waarom ik dat deed?

Ik zat zó in de knoop met mijzelf, met mijn gedachtes, met mijn gevoelens, met mijn leven, dat ik gewoon niet meer verder wilde.
Ik wilde dat alle ellende stopte.
Geen eenzaamheid meer hoeven voelen.
Geen gemis meer van fijne familie, die ik nooit gehad heb.
Niet meer buitengesloten worden door ‘familie’ en op school.
Niet meer misbruikt worden, door ‘vader’, ‘moeder’, vriendjes.
Niet meer gemanipuleerd worden.
Niet meer mishandeld worden, lichamelijk en emotioneel.
Niet meer genegeerd worden.
Niet meer nergens bij horen, niet mee mogen doen.
Geen rot verleden meer.
Geen rot toekomst meer.
Gewoon rust.
Rust in mijn hoofd, rust in mijn lijf.
Klaar ermee, finito.

De eerste poging was in halfweg 2000, de laatste poging was eind 2001.

Daarvóór waren het enkel gedachtes, maar geen reële acties. Ik durfde dat niet, en ik wist ook niet hoe ik dat zou moeten doen.
Ik was vooral ook bang dat áls ik een poging deed en het zou niet lukken, dat ik dan er erger aan toe was, lichamelijk, dan hoe het op dat moment was.
Dat ik dan gehandicapt zou zijn, of een kasplantje in het ziekenhuis.
Dát wilde ik nou ook niet, dus deed ik maar liever geen poging.

Eind 2002 ontdekte ik het djembeeën, en dat was een grote redding.
Ik had heel veel woede en verdriet in me (nu nog steeds!!), en door het meppen op die trommel, vooral ook met de stokken op de douns (!), kon ik al die energie kwijt op een constructieve manier. En ik bleek er nog talent voor te hebben ook! Geweldig, wat een ontdekking.

Maar ook mijn dieren, mijn grootste overlevingshulpen (!!), hebben me in leven gehouden.

Tijdens die 3 pogingen had ik ook dieren, en dat die pogingen halfslachtig waren, dus niet zouden lukken, had met die dieren te maken.
Ik kon hen niet achter laten.
Ik had voor hen gekozen, ik moest voor hen blijven zorgen.

Ik was tijdens oud en nieuw 2000-2001 voor het eerst zonder mijn dieren op een andere plek.
En daar heb ik achteraf zo’n enórme spijt van… Het was een waardeloze oud en nieuw bovendien….
Dat ging ik nooit meer doen!
Hoe dan ook: met oud en nieuw ben ik bij mijn dieren.

De gedachtes aan zelfmoord bleven.
Want ik maakte vreselijk heftige dingen mee.
Onder andere verstoten worden door mijn halve ‘familie’ toen ik eindelijk voor mijzelf ging zorgen en over het seksuele misbruik  door ‘mn vader’ ging praten.
Geloof me, dat ging me niet in de koude kleren zitten!

Ook afgewezen worden op werk, door ‘vriendinnen’, eenzaam zijn, enz, maakten dat de gedachtes, en de wens, bleven bestaan.

Maar ik ben die gedachtes op een andere manier gaan zien, gaan beleven.

Denken aan zelfmoord, en aan manieren óm dat te doen…

Het gaf (en geeft) me rust.

Mijn hoofd werd stil, mijn lijf ontspande dan.

Wat ik dan dacht (en denk)?

Nou, dit ongeveer:

“Oke, dit zou ik dan kunnen doen, of dát.
Ik zou het op deze manier aan kunnen pakken. Of  op die manier, wat is handiger?
Ik zou het zo moeten voorbereiden, of toch beter op een andere manier…
Ik zou die plek kunnen uitkiezen. O wacht, nee, daar is het veel te druk met mensen, nee, da’s niet handig. Hmmm, eens even denken…
Ik zou dit als algemene afscheidsbrief kunnen schrijven, en die en die en die krijgen een persoonlijke afscheidsbrief. Ik leg die daar en daar neer.
Oja, niet vergeten om zelf alvast muziek uit te zoeken voor de uitvaart! Ik zou dat en dat nummer willen gebruiken…
Hee wat fijn, ik begin rust te voelen!
Jee… als ik dit nu, of binnenkort ga doen, dan is het echt voorbij, klaar, over…
Maar weet je?
Ik hou het toch nog even vol, dit kloteleven, wie weet verandert het nog, en ga ik me wat beter voelen.
En zo niet, dan kan ik mijn plannen altíjd nog uitvoeren. Als ik het nu doe is alles écht definitief… en da’s eigenlijk ook weer jammer…”.

En wonder boven wonder, het gíng ook steeds weer beter, na al die diepe depressies.
Dus ik hoefde mijn plannen niet uit te voeren.

Dit heb ik jaren zo toegepast.

En nog steeds…

Soms is een nieuwe poging wel erg dichtbij.
Zoals wanneer ik me super rot voel, en ik, bijvoorbeeld, op de snelweg rij, en er een bocht aankomt, dat er dan een gedachte door me heen flitst: “zal ik gewoon rechtuit rijden…?”

Maar dan komen direct mijn honden in me op, en haal ik diep adem, zeg dan “Nee, niet doen”, en rij ik met de bocht mee.

Laatst had ik zo’n behoefte om naar de zee te gaan.
Ook om een ritueel te doen, om P los te laten.
(Dit heb ik ook in een andere blog geschreven)

Ik stond toen een tijd in stilte naar de zee te kijken.

En ineens leek de zee me te roepen.
“Kom maar, hier is het fijn!”.

De drang om inderdaad die zee in te lopen was toen héél erg groot!
Gewoon die zee in, en daar in te verdwijnen, voor altijd.
Leek me heerlijk!

Maar ik bedacht me, vlak voor ik een stap richting de zee zette: “oh nee, dat kan helemaal niet! Ik heb de hondendames bij me! Nee, dat ga ik niet doen.”

En ik zei, lachend en hardop: “sorry zee, vandaag niet, misschien n andere keer”.
En ik ben weggelopen, terug het strand op naar de parkeerplaats, richting mijn auto.

Wat me ook ‘hier’ houdt is een herinnering tijdens een djembeeweek, een die me nog steeds erg bezighoudt.

Ik had les van Famoudou Konaté.
Een heel bijzondere week was dat.
Die man zat vol met verhalen, hij kon geweldig vertellen.

Hij sprong wel van de hak op de tak, was soms moeilijk te volgen.

Tijdens een van die lesuren van hem, hij was een verhaal aan het vertellen, zegt hij ineens (in het Frans, dat iemand vertaalde):

“Je moet nóóit zelfmoord plegen. Want dat lost niks op…”.

Hij werd toen even wat stiller, en praatte toen weer verder en vertelde een ander verhaal.

Ik dacht: “huh?”

Ik heb géén idee waarom hij dat zei.
Er was ook geen context waarin hij dat zei.
Hij zei niet dat hij iemand kende die dat gedaan had.
Hij zei het ‘out of the blue’, flapte het er ineens uit.

Ik durfde later niet aan hem te vragen waaróm hij dat zei.
Of hij misschien iemand kende die zelfmoord had gepleegd, en daar aan moest denken.
Maar ik ben er nog steeds wel heel erg benieuwd naar.
Misschien krijg ik die kans nog wel een keer om hem naar die context te vragen.

Nog steeds heb ik gedachtes aan zelfmoord.

Niet dagelijks. Nou ja, sommige periodes wel dagelijks, of eens of meerdere keren per week.
En om eerlijk te zijn is dit zo’n periode.
Omdat er zo veel gebeurt, met afscheid nemen en loslaten.
Ook rondom het mannengedoe, dat al vanaf januari gaande is, met afgewezen worden en heftige gevoelens waar ik niks mee kan, en alle gedachten daaromheen, ook met de laatste man, G.

Maar vooral ook als mijn hoofd onrustig is, en blijft malen en piekeren en gewoon niet stil wordt.
Daar word ik vaak wanhopig van.
Ik verlang dan zo naar stilte en rust in mijn hoofd…
En dan lijkt zelfmoord de enige oplossing.

Wel bedenk ik mij dan: wil ik echt dóód?
Of wil ik alleen die rotgevoelens en die rotgedachtes niet meer?

Dat antwoord is duidelijk: ik wil niet dood, want ik heb nog steeds leuke momenten. Ik zie ze op dat moment niet, maar ze zijn er wel. Nu misschien niet, maar eerder wel, en dus later ook vast weer.

Verder verbaasde het me enorm wat ik dacht toen ik geopereerd werd.
Eerst toen mijn galblaas werd verwijderd, in oktober 2015.
En ook vorig jaar, 15 juni 2016, toen ik de maagverkleining kreeg.

Ik was ineens ZO bang dat ik die operaties niet zou overleven!

Ik snapte hier geen snars van: hoe kon ik hier nu bang voor zijn?
Ik, die zelfmoordgedachtes en vaak wensen hieromtrent had?
Ik, die zelfs pogingen had gedaan?

Ik vond het echt enorm raar dat ik ineens bang was óm dood te gaan tijdens die operaties.
Ik vind het nog steeds een maf systeem in mijzelf.

Die zelfmoordgedachtes zijn er wel nog steeds. Vooral nu, deze periode, dus.

MAAR:

Dankzij djembee, waar ik mijn ei in kwijt kan…

…EN mijn dieren (mijn eerdere honden en katten en mijn huidige harige hondenvriendinnen)…

…Doe ik géén poging.

En zal ik dit ook niet doen zolang ik dieren heb.
Ik heb voor mijn dieren gekozen, dan moet ik er ook voor zorgen totdat zij er niet meer zijn.

En wat ook helpt:

(en deze gedachte voelt echt grappig, en ik moet er vaak om lachen)

Het mag niet.

Het mag niet van Famoudou Konaté.

Dus…

Tja…

Blijven ademen, Em!

😉

 

 

 

 

 

 

 

Gedeelde blog

Dit is een heftige blog. Kan erg triggeren, dus wees gewaarschuwd…

 

Deze keer een blog die ik op facebook tegen kwam.

Hij snijdt mij door de ziel, daarom deel ik hem hier.

Ik denk huilend aan een groepsgenootje van een praatgroep bij een instelling.

Die instelling heeft de bereikbaarheidsdienst wegbezuinigd.
Daar had mijn groepsgenoot enórm veel moeite mee.

Had hij maar 112 gebeld voordat hij, met zijn hond, voor de trein sprong, dan waren zij nu misschien nog in leven…

***

“Nieuwe blog ^IB, Operationeel centrum Den Haag

Het is het einde van de avonddienst. Ik ben mijn spullen aan het opruimen en zie de nachtdienst naar de briefingsruimte lopen. Heerlijk, nog een minuut of tien en dan word ik afgelost en heb ik weekend. Ik zie dat er een 112 telefoontje binnenkomt op mijn toestel.

Ik neem de telefoon aan met: “politie meldkamer.” Ik hoor een mannenstem die alleen zegt: “Mevrouw, ik ga zo springen voor de trein.” Op de achtergrond hoor ik de bekende station geluiden.
Nee, dit wil ik niet, schiet het door mijn gedachten. Op dat zelfde moment hoor ik mezelf tegen de man zeggen: “Nee meneer, dat gaat u niet doen! Ik vind dat geen goed idee eerlijk gezegd, ik heb al genoeg meegemaakt vandaag.”

Er klinkt een verbaasde “oh…” In de korte stilte die volgt, meen ik even perplex te staan van mijn reactie, evenals de man aan de andere kant van de lijn. De toon was gezet en ik zag geen andere optie dan op deze wijze door te gaan. “Nee meneer, dat gaat u niet doen. Maar ik wil u wel proberen te helpen.”

Wie hij is, waar hij is; ik vraag het, hoor het en typ het in de melding. Collega’s lezen mee en zoeken naar alle informatie dat ons kan helpen om een tragisch einde te voorkomen. Of er ook een bankje in de buurt is, vraag ik hem. Hij ziet er één en is bereid even te gaan zitten.

“Fijn, dan kunnen wij even rustig verder praten”, vertel ik hem. Ondertussen heeft een collega telefonisch contact met de station beheerder. Terwijl mijn collega’s met grote haast proberen te zorgen voor een veilige situatie rond de man, voer ik een mensgericht gesprek. Treinen moeten worden stilgezet, er moet zicht worden verkregen op de man, hulpverleners moeten erbij gebracht kunnen worden en er is informatie nodig om dat voor elkaar te krijgen. Mijn collega’s rekenen erop dat ik hem aan de praat weet te houden en de relevantie informatie van hem krijg. Dus praat ik verder.

Hij vertelt dat hij opgenomen is en in behandeling is voor zijn depressiviteit. De behandeling slaat niet aan, hij is radeloos en weggelopen om een einde te maken aan zijn leven. Terwijl hij dit zegt, krijg ik nieuwe informatie op mijn scherm; hij heeft al meerdere pogingen gedaan om zichzelf van het leven te beroven. Terwijl de collega’s van de surveillancedienst nog onderweg zijn, blijf ik met hem praten.

Dan hoor ik hem zeggen: “Mevrouw, ik vind het heel fijn dat u me wilt helpen maar ik word weer steeds onrustiger.” Ik hoor aan hem dat hij weer loopt en hoor nog steeds treinen rijden op de achtergrond. Ik roep zijn naam en zeg: “Je gaat terug naar dat bankje.” Ik hoor zijn ademhaling door de telefoon, maar de man geeft geen antwoord. Ik blijf hem roepen, maar hij reageert niet meer. Op de achtergrond hoor ik het steeds harder wordende geluid van een trein. Dan plotseling het schelle geluid van een stevig remmende trein, staal op staal klinkt. Steeds harder en steeds dichterbij. Ik schreeuw ondertussen zijn naam, maar geen reactie. En dan hoor ik dat de trein tot stilstand komt en dat het stil blijft.

Voorzichtig probeer ik het weer. Ik noem een aantal keer zijn naam, maar niets. Nee, denk ik en voel mij direct boos en verdrietig.

En dan ineens hoor ik hem met zachte stem door mijn headset klinken; “Mevrouw, ik ben er nog. Ik denk dat ik toch graag hulp wil.”

Ik voel een zucht van verlichting. Of hij terug wil naar het bankje. Dat doet hij. Mijn collega’s zijn ondertussen op het station aangekomen. Ik blijf met de man praten en al snel krijg ik een heldere vrolijke stem aan de telefoon; “Met Mark van de 7301, we staan bij hem hoor en nemen hem mee naar het bureau.”

Ik leg de telefoon neer en de nachtdienst staat naast me. “Nog bijzonderheden?”, vraagt de collega voor ze me aflost. Nee, niets eigenlijk..gewoon ‘the usual stuff’. Dan loop ik richting de debriefing. Opgelucht, maar het geluid van de remmende trein hoor ik nog een aantal keer voorbij komen tijdens het naar huis rijden.”

Ik heb enórm respect voor het werk van de politie, brandweer en ambulance.
Petje af voor alle hulpverleners, én degene die achter de telefoons zitten en de meldingen aannemen.