Hoe alleen, en daarbij eenzaam, kun je zijn….

Heb zojuist op tv true selfie gezien.
Ben nu fucking gefrustreerd.

Joch stop met blowen, want versterkt de bui waarin je zit!

En die meid met die krullen: zij heeft A L L E S wat ik niet heb en nooit heb gekend! Liefdevolle ouders.
Veel vrienden die ECHT om haar geven en er voor haar zijn.
Een ouder die haar mee het bos in neemt voor een wandelingetje.
En een vriendin die haar voor een drankje doen vraagt.

Is niet misbruikt.
Is niet vernederd door ouders en op school.
Is niet mishandeld emotioneel en lichamelijk.
I
s niet verwaarloosd emotioneel en lichamelijk.
Staat er niet alleen voor.
Heeft A L L E S wat ik niet heb en nooit gehad heb.
En ZIJ krijgt nog steeds ALLE aandacht, nu weer op tv.

En ik?

Ik moet het fucking alleen doen. Zonder alle hulptroepen die zij wel heeft.

En het ergste?

Er komt mooi weer aan.
Maar niemand die mij belt of appt: “zullen we een terrasje doen, of op een bankje in het park in de zon gaan zitten?”

Advertenties

50… tja, en dan…?

Voor de lezers: pas op, kan triggers bevatten. Dus wees gewaarschuwd.

 

Vorige maand ben ik 50 geworden.

Verjaardagen vind ik altijd lastig. En die van mezelf helemaal.

Bij anderen ga ik liever niet op verjaardagsvisite.
Ik voel me ongemakkelijk: veel mensen die daar zijn ken ik niet, en waar moet ik het dan in hemelsnaam over hebben?

Als ze aan me vragen “wat doe je voor werk”, dan sla ik dicht. Zeggen dat ik niet kán werken door alle trauma’s die ik heb meegemaakt, en alle problemen die ik daardoor nu heb, is nou niet bepaald een leuk onderwerp voor een verjaardag.

“Leven je ouders nog?”
Ehhh… om dan eerlijk te zijn en het volgende te zeggen dat is nou ook niet echt leuk voor een feestje:
‘Van een heb ik géén idee maar die mag hartstikke doodvallen en ik zou hem daar héél graag een handje bij helpen, en de ander is dood en daar ben ik heel erg blij om’…

“Heb je broers en zussen?”
‘Ja, maar toch ook niet, en toch ook weer wel maar niet écht…’ Ze zien me aankomen als ik dit zeg…

“Waar ga je naartoe met vakantie?”
Joh, daar heb ik helemaal geen geld voor! Dus ben ik heel snel klaar, en moet ik hún vakantieverhalen aanhoren… bbrrr…

Over koetjes en kalfjes praten begin ik pas de laatste jaren te leren. Maar nog steeds met heel veel moeite, en dan ben ik op een gegeven moment uitgelu… eh… uitgepraat.

En dan? Een gesprekje met iemand anders beginnen? Wéér een ander onderwerp verzinnen?
Of alleen maar stil zijn en luisteren naar de ander?

Dat laatste doe ik vooral, áls ik al naar een verjaardag ga. Maar na tien minuten me concentreren op het verhaal van iemand anders, waar ik zelf meestal helemaal niks mee heb (met het verhaal én de persoon), ben ik bekaf.
Dan wil ik alleen maar naar huis, alleen zijn, rust en stilte, en dan lezen of dom tv kijken.

Oja, al die geluiden die de mensen maken ook nog erbij: de een praat nog harder dan de andere. En dan nog een ‘gezellig muziekje’ op de ‘achtergrond’, waarbij de glazen in de kast ronddansen door de herrie van die muziek, waardoor het concentreren op het verhaal van de ander nóg moeilijker is en me nóg meer energie kost…

Nee, naar verjaardagen gaan ben ik mee gestopt. Ik vind er vaak niks aan en ze putten me uit.

Tenzij er iets gedáán wordt op die dag. Zoals live muziek gemaakt, dat vind ik dan wel weer leuk, en dan wil ik er wel eens naartoe gaan.

Maar in een kringetje zitten en alleen maar met elkaar praten? Nee bedankt.
Ik feliciteer die persoon op afstand en spreek wel een keer apart af om iets leuks te doen samen. Of ik ‘vier’ het op een gelegenheid waar ik toch al kom, zoals djembeeen.

Van kind af aan ben ik naar verjaardagen gaan niet gewend.
Ik was ‘het kind’ dat nooit gevraagd werd op een feestje van een ander kind. Sterker nog: ik wist niet eens dát er feestjes waren!

Er is een, EEN (!!!) uitzondering.

Op de lagere school.
Ik had klasgenootjes, ze tolereerden mij maar ik hoorde er niet echt bij.
Er waren een paar kinderen die wel veel met elkaar omgingen: Bea en Anneke, dat waren zussen van elkaar, en Esther, dat was hun vriendinnetje.
Bea en Anneke vierden hun verjaardag samen. En ze vroegen één keer of ik op hun feestje wilde komen! Dat was volgens mij in de 4e of 5e klas.

Maar wat bleek?

Ze hadden een bepaald aantal mensen nodig, een even aantal, voor een bepaald spel. Maar ze hadden ruzie met Esther.
Ze hadden mij uitgenodigd om Esther pijn te doen, om haar heel bewust te maken dat zij niet meer met haar wilden omgaan.
En daarom hadden ze mij uitgenodigd, de pispaal van de klas, de zielige, het zwarte schaap, degene die altijd alleen in een hoekje stond tijdens de pauzes en nergens aan mocht meedoen.
Want het was heel erg voor Esther dat IK boven haar gekozen werd!
Om het haar nog eens extra in te wrijven: “jij bent niet belangrijk meer, je bent nog minder waard dan Em!”
Dáárom werd ik uitgenodigd.

Dit besef is pas zo’n 5 jaar geleden gekomen. Al die tijd vond ik het alleen maar leuk dat ik werd uitgenodigd.
Maar nu? Ik kots ervan!

Als ik nu zie en hoor dat kinderen (vaak als enige van de klas) niet op feestjes van klasgenootjes mogen komen, dan huilt mijn hart. Want ik weet hoe dat voelt, en dat is verschrikkelijk. Als je dit niet hebt meegemaakt dan kun je je dat niet voorstellen. Het ondermijnt je hele wezen, wie je bent. “Je hoort er niet bij”, en dat iedere dag weer, en tijdens verjaardagen van klasgenootjes al helemaal!

Er niet bij horen is HET grote thema in mijn leven. Met verjaardagen, of beter gezegd: de niet-verjaardagen van klasgenoten, als een héél kléin voorbeeldje…

Mijn eigen verjaardag heb ik ook nooit leuk gevonden.
Ik had als kind geen vriendjes, ik werd buitengesloten en genegeerd.
Mijn ‘ouders’ gaven me een cadeautje op die dag, en daarna moest ik mezelf weer bezig gaan houden en vooral niet lastig zijn.

Ik voelde me op die dagen zo waanzinnig eenzaam.
Nou ja, ik voelde me ALTIJD eenzaam, maar op die dagen nog eens extra, omdat ik niemand had om mijn verjaardag echt mee te vieren, met elkaar. Dat ze blij waren voor mij, en mij aandacht gaven op die dag.

Toen ik in de 3e klas van de middelbare school kwam, kreeg ik voor het eerst in mijn leven een soort van vriendinnen. Dat jaar heb ik voor het eerst echt mijn verjaardag gevierd. Er was eigenlijk helemaal geen geld voor, maar ik mocht met 3 of 4 meiden naar de bioscoop.

Het jaar daarop nodigde ik 4 meiden bij mij thuis, en ik had veel eten gemaakt. Een meisje zei dat het een vreetfestijn was. Tja, ik wist niet hoe je anders een verjaardag moest vieren, had daar echt geen idee van.

In die paar jaar, en nog twee daarop, ben ik wél uitgenodigd geweest voor verjaardagen van die ‘vriendinnen’. En daar liep ik tegen wat ik als eerste deel heb geschreven in deze blog. Ik vond er eigenlijk niks aan…

In die tijd kreeg ik ‘vriendjes’, en ging ik ook naar die verjaardagen toe. Omdat het moest, omdat ‘dat zo hoorde’. Maar ik voelde me er nooit echt fijn, zacht uitgedrukt.

Toen ik later in mijn twintiger jaren was, ben ik gestopt met naar verjaardagen gaan. Mijn toen-vriend vond dat heel vervelend, we hebben daar vaak ruzie over gehad. Maar ik liet me niet meer dwingen ‘omdat het zo hoorde’.

Had er ook mee te maken dat een oom van hem altijd enorm dronken werd en dan, als ik zat, helemaal om me heen kwam hangen en me vastpakte en in mn oor schreeuwde en héél klef en vervelend werd. Echt ieder jaar weer! Ik kon toen niet voor mezelf opkomen, en mijn vriend had helemaal niet in de gaten hoe rot ik me voelde, hoe vreselijk ik dat vond. Dus ik ben gewoon gestopt, ik wilde dit niet meer meemaken.

Ik ging niét meer mee.

In het begin voelde ik me waanzinnig schuldig naar de jarigen toe. Ik schaamde me, en was bang dat zij dachten dat ik hen niet meer aardig vond.

Tegelijkertijd dat ik gestopt ben om naar verjaardagen van anderen toe te gaan, ben ik ook gestopt met mijn eigen verjaardagen te ‘vieren’.

Ook hier gold hetzelfde als ik bovenaan beschreven heb. Ik vond er niks aan.
Ik moest veel geld uitgeven voor eten en drinken, dan kwamen er wat mensen die ik door het jaar eigenlijk nooit zag, meestal familie van ‘vriendjes’. Ik was de hele tijd bezig met eten uitdelen, en zorgen dat iedereen te drinken had.
En na afloop kon ik al die zooi weer opruimen. En zag ik die mensen pas maanden later weer een keer.

Het waren mensen waar ik geen echte klik mee had. Want na de middelbare school heb ik eigenlijk geen vriendschappen gehad, op een paar uitzonderingen na. Die kwamen pas weer halverwege, of zelfs later, in mijn dertiger jaren, maar dat is weer een ander verhaal.

Op mijn verjaardagen komt ieder jaar weer omhoog hoe ik ben opgegroeid, en ook hoe ik later heb geleefd.
Met ouders die geen ouders waren.
Met de misbruik.
Met de emotionele en lichamelijke verwaarlozing door beide ‘ouders’.
Met emotionele en lichamelijke mishandeling, door beide ‘ouders’, familie en op school
Met buitengesloten worden.
Met genegeerd worden.
Met niemand hebben waar ik bij terecht kon, waar ik mee kon praten, zoals kinderen dat nu vaak wel doen, onderling en met ouders.
Met arm zijn.
En vooral met eenzaam zijn.

Alle trauma’s die ik heb opgelopen, en dat zijn er nogal wat (!!!), en alle shit die ik heb meegemaakt, komen dan omhoog.

Ieder

Jaar

Weer.

Ik besef me steeds meer dat ik nooit geboren heb mogen worden.

Met ‘ouders’ zoals de mijne?

Die hadden ze moeten castreren en steriliseren!

Ze hadden een condoom moeten gebruiken.

Ze hadden mij moeten laten aborteren!

Of laten adopteren, zodat er een kansje was dat ik wél goed terecht was gekomen.

Dit jaar voelde alles nog eens heftiger.

50 is best een bijzondere leeftijd om te halen.
Je ‘ziet’ dan Sarah, of Abraham. Je weet dan waar de mosterd vandaan komt, of je wordt dat geacht te weten.

Ik wilde er voor mijzelf een klein feestje van maken.
Ik wilde naar de kapper toe, een andere haarkleur en het haar weer in een goed model.
Ik wilde even weg, naar een plek waar ik me goed voel.

Maar…

Door alle shit die in februari gebeurde, met die eigen bijdrage van die praatgroep, en het moeten stoppen daarna…
Met de trap na van die groepsgenoot…
Met het doodgezwegen worden door die begeleider (waar ik tot nu toe nog steeds niks van gehoord heb trouwens!)…
Met alle trauma’s rondom ‘er niet bij horen’ die hierdoor omhoog kwamen…
Samen met alle trauma’s die er sowieso al zijn rondom mijn verjaardag…

Is mijn verjaardag niet geworden wat ik gehoopt had.

Het is me niet gelukt naar de kapper te gaan, dus dat was al rot.

Ik was wel op een fijne plek, even weg.

Maar…

ik voelde me ellendig!

Eenzaam, verdrietig, en maar malen en piekeren wat ik niet kon stoppen. Weken achtereen.

Op de dag dat ik 50 werd heb ik geprobeerd positief te zijn.

Oke, ik was nu 50, en jee, ik heb het tot hier overleefd!
Ik was 50, en ik bén er nog!
Ongelofelijk!
En onvoorstelbaar bovendien…

Ik heb gelukkig een beetje kunnen genieten van de dag zelf. Prachtig weer, iets warmer dan de periode daarvoor gelukkig (!), en droog en zonnig tijdens een strandwandeling.
En via facebook kreeg ik veel felicitaties.

Wat ik verdrietig vond is dat veel mensen waarvan ik gehoopt had dat ze me zouden feliciteren, per telefoon of app, dat ik daar niks van hoorde. Dat deed pijn, héél erg.
Want ook al vier ik mijn verjaardag niet, en ook niet die van anderen, ik vind het wel heel belangrijk om die ander te feliciteren, om te laten weten dat ik op die dag aan de ander denk. En dat krijg ik ook graag terug van anderen, deze aandacht-energie.

Maar helaas, van bepaalde mensen waar ik echt op gehoopt had, zoals, onder andere, die l** van n begeleider van die praatgroep, G, , en nog wat groepsgenoten die mij wel oké vinden, kreeg ik helemaal niks te horen. En ook niet van iemand die zegt dat ik dierbaar voor hem ben, maar dat niet laat blijken door acties.

Later toen ik weer thuis kwam had ik post gekregen van iemand waar ik juist helemaal níks van wilde weten! Die persoon, een halfzus (die mij en onze ‘moeder’ als enigen van de héle familie NIET had uitgenodigd voor haar bruiloft), wéét dat, maar blijft het proberen, en blijft zich opdringen. Is het niet via mijzelf, dan is het door aan anderen over mij te vragen.

Ik háát dat, en daardoor haat ik haar ook. Ze moet ermee ophouden, maar dat doet ze niet, ook al laat ik haar duidelijk merken dat ik haar aandacht echt niet wil.
Ik heb haar, toen ik haar post las, meteen een sms gestuurd dat ze moet ophouden met post sturen én met navragen bij anderen.
Zou het nu wél duidelijk zijn?
Zou ze nu stoppen met zichzelf op te dringen?
Ik ben bang van niet…
Blergh…

De positieve energie die ik ervaarde op mijn verjaardag was helaas maar van korte duur.
De dag erna was het extreme rotgevoel er weer, waren alle spoken en trauma’s er weer. Het gepieker, het verdriet, de eenzaamheid, en de machteloosheid van alle shit gebeurtenissen van de laatste tijd.
Ik was nog een tijdje op die fijne plek, maar ik kon er niet zo van genieten als de keren ervoor dat ik daar was.

Toen ik, na die periode van even weg zijn, weer thuis was, zat ik de dag erna op de bank.

En wat ik toen dacht, wat er door me heen ging, daar schrok ik zelf ENORM van.

Wat ik dacht?

“Oke. Ik ben nu 50. Ik ben er nog, na zoveel shit te hebben meegemaakt. Maar ik blijf steeds maar shit meemaken…
Ik wil niet meer……..”.

DIT dus.

Deze woorden:

“Ik wil niet meer”.

Ik wilde namelijk ECHT niet meer.

En daar bedoel ik niet alleen die shit mee, alle rot gebeurtenissen die ik heb meegemaakt, en nog steeds meemaakte.

Maar het leven überhaupt.

Ik wilde het leven niet meer.

Ik was er klaar mee.

50 jaar lang alleen maar klappen gekregen van het leven.
En dat blééf maar doorgaan.

Ik had er genoeg van. Van alles.

Dat verlangen naar het einde van mijn leven was groot. Enorm.
Ik heb eraan gedacht om me aan te melden bij de levenseindekliniek.

Het enige wat hierbij ‘tegenzat’ waren mijn lieve harige hondenvriendinnen.
Die wilde ik niet zomaar in de steek laten.
Het zou dus moeten wachten tot zij er niet meer waren.
Maar het traject bij de levenseindekliniek duurt heel lang, dus tegen die tijd zouden mijn zwarte hondendames er toch al niet meer zijn, dus dat was geen probleem.

De dagen nadat ik deze gedachten voor het eerst had, bleven deze gedachten, en deze wens, in me ronddwalen.
Ik heb erover gedacht om zonder die kliniek een poging te doen. Maar nee, ik wilde dat mijn honden niet aandoen, hun zomaar achter te laten.

Ik wist de dagen, en weken, daarop niet goed hoe nu verder.

Ik heb mezelf proberen te verdoven met eten. Héél veel zooi heb ik gekocht en gegeten. Mijn maag is dan wel klein na de operatie, maar ieder half uur, of uur, zooi eten, zoals taart, koek, chips, snoep, dat lukt wel, ook al zijn het kleine beetjes.

Ik heb proberen zoveel mogelijk te slapen. Snachts én overdag. Om op die manier niet te hoeven ‘leven’.

Er waren dagen dat ik wel iets deed, zoals toch proberen een afspraak met een hulpverlener na te komen, of iets te doen voor mijn werk als ervaringswerker, en dat lukte dan met veel moeite. Op die dagen lukte het dan meteen om er ook iets anders bij te doen, zoals een was in de machine. Maar de dagen erna was de koek weer op en wilde ik alleen maar slapen en eten.
(De hondendames kon ik gelukkig wel uitlaten)

Langzamerhand werd de wens om me aan te melden bij de levenseindekliniek wat minder.
Ik heb er niks mee gedaan. Ik wel gezocht op internet, maar ik was zo verdoofd dat ik nu niet eens meer weet of ik wel of niet iets gevonden heb…
En ik heb me niet aangemeld.

Wel heb ik aan mijn hulpverlener aangegeven dat ik binnenkort toch richting EMDR wil gaan.
Want die trauma’s die steeds omhoog komen, rond mijn verjaardag, en als er iets rots gebeurt, dáár wil ik nu eindelijk van af.

Die enorme diepe dalen, die waanzinnig heftige herinneringen en bijbehorende gevoelens, daar wil, nee: moet ik iets mee. Want daardoor komt die wens en drang om mezelf iets aan te doen steeds opnieuw omhoog.
Mijn hulpverlener, M, en ik gaan daar naartoe werken.

Toen de wens om te stoppen met leven iets minder werd, begon ik weer wat interesse te krijgen in waar ik mee bezig was: ervaringswerker te worden bij die instelling van die praatgroepen.
En om bij een andere instelling waar ik al ervaringswerker ben, en die weer een nieuwe groep krijgt, daar weer energie in te steken.

Ik probeerde in te zien dat dáár mijn hart lag, en hoe rot ik me ook voelde: om dat voor ogen te houden.
Dáár wil ik energie in steken, dát wil ik worden, dát wil ik doen.

Het niet zelf kunnen deelnemen aan mijn eigen praatgroep (praatgroep 1)  is een enorm gemis. Iedere keer dat die oude praatgroep is voel ik me verschrikkelijk rot. Te weten dat zij bij elkaar komen en ik er niet bij ben… oei… AU!

Ik ben nog steeds heel boos op die instelling hierover, dat er niks mogelijk is. En op die begeleider, G, dat die me doodzwijgt. Het doet pijn, ik vind dat ik deze behandeling niet verdien. En ik kan het niet accepteren.
Maar ik kan er niks mee…
Al ben ik in gesprek met een vertrouwenspersoon binnen die instelling om te kijken of ik er nog wel iets mee kan doen, al is het die instelling en die begeleider laten weten wat hun gedrag met mij doet.

Het stagelopen bij een andere praatgroep (praatgroep 2) was afgelopen.
Er is geprobeerd om in een ander dorp een nieuwe praatgroep op te starten, maar bij de inloopbijeenkomst kwamen maar 2 mensen… en dat is toch te weinig om een groep te kunnen draaien.
Dus dát ging niet door.

Bij  praatgroep 2 is er nu de mogelijkheid dat ik dáár ervaringswerker ga worden, blijvend.
Die groep is vrij rustig, en ‘makkelijk’, dus ik hoef er niet veel te doen.
Maar ik mis toch uitdaging daarin…

En toch ook een plek voor mezelf…

Toen stelde een andere ervaringswerker voor dat ik bij weer een andere praatgroep (praatgroep 3) mee ga draaien, als ervaringswerker. Dan had ik én meer te doen, én toch een plek waar ik een beetje mijn ei in kwijt kan.
Want ervaringswerkers doen ook méé in praatgroepen, vertellen ook hun eigen dingen.

Binnen die instelling is het momenteel een zooitje. Ik hoor het van veel mensen.
Maar vooral omtrent die praatgroepen is er niks geregeld, sinds de coördinator daarvan voor zichzelf is begonnen.
De ervaringswerkers zouden gecoacht worden, maar het was niet duidelijk door wie dan wel, het is niet goed geregeld.

Ik wist van één iemand dat ik daar met mijn vragen terecht kon over praatgroep 3 waar ik ervaringswerker wilde worden.
Ik heb die man, J, gebeld…

Maar wat ik toen te horen kreeg….

Het was (en is) bij die instelling niet duidelijk of ervaringswerkers als vrijwilligers gezien worden.
Of als cliënten die bezig zijn met ‘arbeidsmatige dagbesteding”.

Voor het laatste zou dan namelijk uren geschreven moeten worden door die instelling, geregistreerd worden…

Wat voor mij zou betekenen dat ik een eigen bijdrage zou moeten betalen, van 20 euro per uur.

Dus: 40 euro betálen voor 2 uur praatgroep. Terwijl ik werk verricht.

Precies het bedrag dat ik moest betalen voor mijn eigen praatgroep en waardoor ik daarmee moest stoppen!

J wilde dat eerst met de directeur van die instelling bespreken, voordat ik me aan zou melden bij praatgroep 3.

Toen ik dit hoorde zei mijn hele systeem:

“STOP!!! GENOEG!! Vanaf nu is het SHUTDOWN!”.

Ik was helemaal murw geslagen.

Nóg meer klote nieuws erbij…

Waardoor ik zelfs datgene waar ik voor wilde gaan niet meer zou kunnen doen…

Ik kan niet goed uitleggen wat er toen gebeurde.

Niks interesseerde me meer. Geen leuke dingen, geen verdrietige dingen.
Ik voelde niks meer. Niks deed er niet meer toe.

Ik was ‘numb’.

Ik voelde me een zombie.

Ik was er wel maar ik wás er niet.

En moe… ik voelde me zo verschrikkelijk moe…

Dit was de afgelopen twee weken het geval.

Ik probeer nu uit de zombie-modus te komen.
Maar het kost waanzinnig veel energie.

Vandaag kreeg ik te horen dat de directeur had gezegd dat het niet duidelijk is hoe ervaringswerkers gezien worden. Daarvoor moeten er mensen komen die dat met elkaar gaan uitzoeken. Er komen nu vacatures binnen die instelling voor die functies, er zijn er 2 nodig, zodat er 3 zijn. Daarna pas zal het duidelijk gaan worden.

Tot die tijd worden ervaringswerkers gewoon gezien als vrijwilligers. Er worden géén uren voor hen geregistreerd.
Dus er komt voor dat werk geen eigen bijdrage, tot die tijd.

Dit is een kleine opluchting, wel met vrees erbij, maar ik probeer het toch positief in te zien.

Ik heb nu bij praatgroep 2 aangegeven dat ik toch als ervaringswerkers erbij kan zijn.

En ik heb me aangemeld bij de begeleider van praatgroep 3 dat ik graag als ervaringswerker bij hun mee wil draaien.
Die begeleider gaat het in die groep bespreken of ze dat willen. Dus dát is nog heel erg spannend, want ik kán een ‘nee’ krijgen. En hoe ik daar dan weer op zal reageren…?

Pfff…

Het beeld van de levenseindekliniek, mijn wens om me daar aan te melden, wordt langzamer vager. Het is niet weg, maar wel veel minder dan eerder.

Ik voel me wel nog steeds ‘numb’, gevoelloos. En onwijs moe…

Maar ik probeer de dingen die ik doen wil toch te blijven doen. Ook al heb ik dagelijks koppijn, en blijf ik piekeren over G die me doodzwijgt. Ik wou dat ik dát kon stoppen…

50 jaar (en een paar weken) ben ik nu…

En ik leef nog steeds…

Niet te geloven….

 

 

 

 

 

 

Bijna 3 weken later

De dag dat ik te horen kreeg over de belachelijk hoge eigen bijdrage was donderdag 15 februari.
(Mijn vorige blog schreef ik op 20 februari)

Het is nu bijna 3 weken later.

En mensen…

Het houdt niet over.

Toen ik stopte met die groep deed ik dat in paniek. Want er kwam zoveel zooi uit het verleden in mij omhoog, zo verschrikkelijk veel oude spoken, ik kon daar niet mee omgaan.

Ik kon het niet aan om afscheid te nemen bij een laatste bezoek aan die groep. Dus ik nam afscheid per groepsapp van die praatgroep. En ik ben meteen uit die appgroep weggegaan.
Niet de beste manier, ook niet netjes of sociaal, maar ik kon voor mijn gevoel en in mijn paniek niet anders.

Die groep gaat nu gewoon verder zonder mij. En dat te weten doet pijn.

Ook omdat ik weet dat ze nu in een nieuwe ruimte zitten.
Voorheen zaten we in een dichte kamer zonder ramen, verschrikkelijk. Tijdens de evaluatie hebben we aangegeven dat we een andere ruimte wilden, met ramen. Ik heb gehoord dat ze die nu hebben… maar dat ga ik niet meer meemaken… au…

Van de begeleider van die groep, G, heb ik NIKS meer gehoord.

Echt helemaal niks meer.

Geen telefoontje.

Geen appje.

Geen sms.

Ik word gewoon doodgezwegen door hem.

Hij wist wat er aan de hand was. want ik heb ook aan hem gevraagd hoe het nu zat met die eigen bijdrage. Hij haalde toen zijn schouders op en zei dat hij van niks wist. Toen.

Die donderdag, 15 februari, wist hij het wél.
Want mijn situatie, in verband met mijn eigen bijdrage, was ’s morgens in de vergadering van zijn team besproken.

Ook toen ik mijn eerste app naar die groep stuurde (dus voordat ik afscheid nam), waarin ik zei dat ik bang was dat ik misschien moest stoppen met die groep maar dat ik nog hoopte dat er wat te regelen was, WIST hij wat er aan de hand was.
Maar hij liet niks van zich horen.

Ook daarna dus niet, toen ik definitief gestopt was…

En dat terwijl ik in die laatste app aan de groep schreef dat er heel veel trauma’s omhoog kwamen van ‘er niet bij horen’…

Gewoon geen teken van leven van hem

Dit vind ik héél erg.
Wat er ook gebeurd is, hoe moeilijk ons contact ook was, DIT heb ik niet verdiend.

Maar dit was/is niet het allerergste.

Dat is DIT:

Ik kreeg van een groepsgenoot nog een ENORME trap na, per sms.

Nadat ik afscheid had genomen per app heb ik mezelf ’s avonds en de dag erna verdoofd met oxazepam.
Ik ben knock-out geweest.
Wakker zijn trok ik niet.
Ik had heel erge drang om te gaan automutileren.
Ik zag beelden voor me dat ik dat deed op een bepaalde manier, die ik niet ga noemen hier, want die zijn te heftig.

Automutileren heb ik lang geleden gedaan. Oppervlakkig, maar ik heb het mezelf toch wel enkele maanden aangedaan.
Dat deed ik omdat ik met fysieke pijn veel beter kon omgaan dan met mentale pijn. En die mentale pijn was niet meer te dragen in die tijd.

Ik kon er op een gegeven moment GELUKKIG  mee stoppen.

De drang naar automutileren was er af en toe nog, maar ik kon mezelf weerhouden dit te gaan doen. Met HEEL veel moeite. En de nodige oxazepam….

Nu was die drang er weer.

En HOE!

Zaterdag en zondag, na mezelf verdoofd te hebben, had ik djembeeën.
Ik wilde toch even wat doen, hoe rot ik me ook voelde.
Even afleiding zoeken, en van me af slaan.

Vooral zaterdag was dat heel erg fijn. Ik was enorm boos, en ik héb me toch gemept op die trommels! Ik had de dag erna nog blauwe plekken aan de binnenkant van mijn handen.

Zondag voelde ik me nog steeds verschrikkelijk rot, maar de ergste boosheid begon weg te ebben.

Maar…

Toen kreeg ik ’s middags die sms van die groepsgenoot, een vrouw.

De letterlijke tekst weet ik niet meer, want direct na het lezen heb ik die sms verwijderd, maar er stond ongeveer dit:

“Je bent nog erger dan een klein kind!
En JIJ moet een groep gaan begeleiden?
Veel plezier met je trauma’s!”
(Er stond nog iets, maar dat weet ik niet meer)

Van die vrouw wéét ik dat zij geen begrip voor andere mensen kan opbrengen. Ze is al ouder, en zit héél vast in haar eigen kleine wereldje. Ze vindt dat alleen zij gelijk heeft, dat alleen haar zienswijze klopt.
En het ergste is dat ze ook niet open wíl staan voor hoe iets voor andere mensen is! Als zij iets stom vindt of iets niet begrijpt, dan ligt dat altijd, en alléén, aan de ander, en nooit aan haar.

Deze kenmerken heb ik diverse keren van haar meegemaakt in de groep. Zij en ik hebben ook een aantal keer woorden met elkaar gehad. Ze deed haar best haar eigen mening voor zich te houden, en proberen naar de ander te luisteren, maar het was duidelijk: ze wilde dat eigenlijk niet, en ze bleef bij haar mening EN onbegrip.

Dat ze me die sms stuurde, daar schok ik enorm van.
Ik wist wel dat ze geen begrip voor andere mensen kon opbrengen, maar ZO hard tegen iemand die middenin trauma’s zit, nee dat ging toch echt te ver.

Toen ik die zondag die sms las was het pauze tijdens het djembeeën.
Ik had van te voren heel erg zin om gezellig te kletsen met de mensen, even afleiding zoeken, maar door die sms kreeg ik geen adem meer. Want die sms kwam KEIHARD binnen.

Ik ben daarom in mijn eentje naar buiten gegaan, en heb op een rustige plek lopen ijsberen en hardop in mezelf lopen praten…

“Nee Em, niet reageren. Niet hetzelfde naar haar terug doen. Ze is gewoon dom en niet invoelend. Laten gaan, niet reageren!”

Zo liep ik in mezelf te praten, terwijl ik intussen nog steeds amper adem kon halen.

Na een tijdje ben ik naar binnen gegaan. De pauze was bijna voorbij. Ik kon niks zeggen tegen de mensen hoe het met me ging, ik was helemaal murw geslagen.

Toen de pauze voorbij was kon ik mezelf niet inhouden, en heb toch een sms teruggestuurd.

“Word je hier blij van? Nou, gefeliciteerd dan meid. Je weet helemaal niks van mij, van wat er in me speelt. Maar bedankt voor dit afscheid van jou, en deze sneer die ik niet verdiend heb. Het ga je goed. Liefs, Em.”

Daarna ging ik verder met djembeeën.

Ik voelde me nog steeds beroerd, letterlijk en figuurlijk. Door het djembeeën zakte dat gelukkig wat naar de achtergrond.

Er kwam intussen een andere gedachte in me op: hard tegen de ander zijn levert nooit iets op. Wat zou er gebeuren als ik zou gaan ‘omdenken’?

Toen bedacht ik de volgende sms, die ik na het djembeeën ook heb verstuurd:

“O, en dit was ik vergeten te zeggen nog: ik weet dat het niet wederzijds is, maar ik hou wel van jou, en dit meen ik oprecht. Doeg.”

En ik meende het ook. Want ook al was begrip tonen voor haar onmogelijk, ik vond haar wel een tof mens, en heb haar dat meerdere keren laten weten.

Door mijn laatste sms zakte het rotgevoel helemaal weg bij mij. En kon ik weer even lachen: ik zou graag als een vlieg op haar muur hebben gezeten, gewoon om haar reactie te zien op die sms. Want volgens mij verwachtte ze die totaal niet!

De dag erna, maandag, voelde ik me weer verschrikkelijk rot. Het was de dag van die praatgroep, waar ik dus niet bij zou zijn.

Het beeld dat ik voor het weekend had, van het automutileren, was weer enorm helder aanwezig. En de drang om dat te gaan doen was ENORM groot!
Ik wilde dat zien te voorkomen, hoe dan ook, dus ik heb weer naar de oxazepam gegrepen, om knock-out te zijn.

De dinsdag precies eender.

En de woensdag ook.

Ik ben niet naar djembeeen geweest, niet naar dansen, niet naar sporten. Ik was in de pure overlevingsstand: ademen en knock-out zijn, meer kreeg ik niet voor elkaar.

Ik had haar geblokkeerd, via app en sms en telefoon, dus ze kon me niet bereiken.
Echter kunnen smssen die ik geblokkeerd heb toch wel naar mijn foon gestuurd worden, en die komen dan in mijn map ‘geblokkeerde berichten’ te staan.

Ik had gezien dat J nog een sms had gestuurd na zondagmiddag. De eerste woorden kon ik zien “Ook hoop…”. De rest heb ik ongelezen verwijderd van mijn telefoon. Weg ermee! Ik voelde me al klote genoeg, dus weg met haar natrappen!

Die donderdag had ik twee afspraken, in verband met mijn leertraject om co-begeleider van praatgroepen te worden.
Ik had die afspraken op woensdag afgezegd. Want ik wilde knock-out zijn. Echter merkte ik die woensdag al dat de oxazepam niet meer werkte zoals eerst. Ik zou meer moeten innemen om hetzelfde resultaat te bereiken, Dát was nou niet mijn bedoeling. Ik wéét hoe verslavend dat spul is, dus ik moést mijn hoofd erbij houden, en nu stoppen met dat spul.

En ik besefte me: als ik nu die afspraken zou afzeggen, dan zou ik mezelf in de vingers snijden. Dan zou ik mogelijk niet meer het leertraject kunnen volgen, en dus mijn wens om co-begeleider te worden op de lange baan moeten schuiven…

Nee, dat wilde ik niet!

Dus ik ben toch naar die afspraken gegaan.

Gelukkig was er bij de eerste afspraak even plek om te vertellen hoe rot ik erbij zat, wat er was gebeurd.
En hoe ik het deed weet ik niet, maar daarna kon ik volledig mijn aandacht erbij houden. We waren aan het plannen hoe een kennismakingsmiddag zou moeten gaan verlopen, wat er allemaal voor nodig was.
De twee mensen waarmee die planning was vonden het enorm knap van mij dat ik dat kon: me zo rot voelen en tóch m’n hoofd erbij houden.
Ik stond er eigenlijk ook wel versteld van…

De afspraak daarna was de laatste keer van stage-lopen bij een andere praatgroep. Mijn eigen groep waar ik co-ondersteuner bij zou worden was nog niet begonnen, dus ik mocht een aantal keer stage lopen bij een bestaande groep.
Ook hier kon ik van te voren even vertellen hoe ik me voelde, wat er was gebeurd, en ook van de trap-na kon ik even kwijt, dat was erg fijn.

En ook hier kon ik mijn aandacht erbij houden!

Ik snapte hier niks van: hoe deed ik dat nou?
Hoe lukte het om mijn eigen sores te ‘parkeren’ en mijn aandacht volledig op de andere mensen te richten?
Ik stond echt versteld van mezelf….

Al weet ik wel dat dit door mijn verleden komt.

Er was nooit aandacht voor mij, bij ouders, op school, familie en jeugdzorg niet.
Ik voelde me verschrikkelijk rot, alle dagen.

Maar school en andere dingen gingen wel door.
Dus ik kon niet anders dan mijn eigen gevoel weg duwen.

Het mocht er toch niet zijn, IK mocht er niet zijn.

Dus was wegduwen de enige manier om te overleven.

Dat wegduwen deed ik door eetbuien te hebben, en die hielpen me goed.
Nu heb ik die eetbuien minder, althans de hoeveelheden zijn minder, dus ze helpen niet zo goed.
Maar het mechanisme van mijzelf en mijn gevoel wegduwen, er niet te laten zijn, dát had ik nog steeds wel in me.

Vóór en ná een bijeenkomst was het er wel, en hoe (!!!), maar tijdens die vergadering en groep kon ik het even parkeren.

Na die groep hebben de begeleidster en ik elkaar feedback gegeven. Zij vroeg daar om, en ik heb eerlijk gezegd hoe ik haar begeleiding van die groep vond gaan. En dat was prima, op wat dingen na die me opvielen, en dat vond zij weer fijn om te horen.

De feedback die ik van haar kreeg…

Wauw…

Professioneel.
Rustig.
Aandachtig.
Meelevend.
En nog wat zeer positieve dingen…

Ik stond versteld…

Ik?

Dit?

Het deed me enorm goed!

Op weg naar huis kon ik niet stoppen met glimlachen.
Ik voelde me waanzinnig sterk! En zéker van mezelf.

Die sms die zo keihard binnen kwam zat me echter nog steeds enorm dwars.
Ik besefte me: zoals zij deed, dat kán niet.
Ik wilde hier nog iets mee…
Maar wat…?

Toen bedacht ik: ik stuur haar nog een sms, en die stuur ik ook door naar G.
Gewoon om te laten weten dat ze met mij niet kon sollen!

Ik schreef dit:

“Beste J, wil je even laten weten dat ik het jou ENORM kwalijk neem dat je mij een KEIHARDE TRAP NA  hebt gegeven per sms toen ik heel slecht zat. Ik stond op het punt van automutileren. Ik heb jou niks misdaan. Ik verwacht van die ene sms jouw welgemeende excuses (die 2e sms heb ik niet gelezen). Hoe je dat doet moet jij weten, via sms of app kan niet want ik heb jou finaal geblokkeerd. Deze sms stuur ik ook naar G, zodat hij weet wat er speelt. Em.”

Ik hoor jullie roepen:
“Maar Em, je denkt toch niet écht dat ze dat zal doen?”

NEE, natúúrlijk niet!

Zo iemand als zij, die denkt dat alleen de ander fout is maar zij niet. Nee, die krijgt het woord “sorry” niet haar strot uit!

En daar ging het me ook niet om.
Ik voelde me sterk op dat moment, en wilde haar laten weten dat ik haar gedrag totaal niet tolereer.

Die avond dacht ik: laat ik eens kijken in die geblokkeerde berichten map.

En ja, idd, een sms van J.
Gelukkig alleen de eerste paar woorden zichtbaar, de rest verborgen.

Ik las alleen het eerste woord: “wat….”, en heb toen meteen die hele sms ongelezen verwijderd.

Ik dacht dat ik er toen klaar mee was.
Dat was die avond ook…

Maar toch…

Het blééf maar door m’n kop heen spoken…

Het hele gebeuren rondom die instantie!

Niet voor mij opkomen bij de gemeente.
Hard en zakelijk zijn.
Niet meer bij die groep horen.
Niks horen van G, doodgezwegen worden.
Die trap na van J.

J heeft haar mond altijd vol van “dat doe je mensen niet aan, zo behandel je mensen niet”.
Maar GVD, moet je eens kijken wat zij deed!
DAT is dan wél oké? Omdat ZIJ dat doet?

Deze energie, die boosheid, en die pijn van die trap na,  bleef maar om me heen hangen, de rest van de week.

En ook al had ik haar de nodige smssen gestuurd, en ik wist dat ik er beter mee kon stoppen, toch kon ik mezelf niet weerhouden haar nog een laatste sms te sturen:

“Al jouw (oude en nieuwe) berichten worden ongelezen verwijderd. Zoals je mij behandelt doe je een béést nog niet aan. Als je lef hebt dan lees je jouw eerste sms van zondag 18 februari voor in de groep. Maar ik verwacht dat je daar te laf voor bent. Gelukkig heb ik niks meer met jou te maken, onbegipvol mens.”

Toen ik het had verstuurd besefte ik me:
“Em, je moet hier nu echt mee ophouden!
Het helpt niks. Je geeft er veel teveel aandacht aan, zo blijft het om je heen hangen, deze negatieve energie.
Klaar nu, niks meer sturen.”

Er zit nog wel het een en ander in mijn hoofd dat ik haar zou willen laten weten. Dingen waar ik haar ENORM veel pijn mee doe als ik dat doe. Héél persoonlijke dingen, waarover ze in de groep heeft verteld. Waar ik haar gigantisch mee zal raken, als messteken in haar rug.
Mocht ik haar ooit tegen komen EN ze is weer vol haat naar mij, dán weet ik niet of ik mezelf kan weerhouden om die dingen tegen haar te zeggen.

Maar ik hou mezelf voor: alléén dán. Niet nu meer. Het is klaar.
Ik moet zelf nu ophouden met haar te smssen.

Wat ik wél zal doen, dat mócht zij in een praatgroep willen komen waar ik later co-begeleider bij ben, omdat bijvoorbeeld groepen samengevoegd moeten worden omdat ze te klein worden, is dat ik er alles aan zal doen dat zij mijn groep NIET in komt. Of dat ze eerst haar excuses aan zal moeten bieden, en toegeven dat ze fout gehandeld heeft naar mij toe! Maar eerder niet.
Maar dit is ‘nu’ niet aan de hand, dus ik kan dit, en J sowieso, beter helemaal loslaten.

Ik heb 3 dagen later nog even gekeken in mijn map geblokkeerde berichten. Er was er nog één van haar, met als beginwoorden “bedankt voor…”.
Ik vermoed dat zij dat niet zelf geschreven heeft maar dat G dat heeft gedaan. G is namelijk ook haar vaste persoonlijk begeleider. Ik verwacht van J dat zij niet iets kán sturen met het woord ‘bedankt’ erin.
Maar ik weet het niet zeker, want ook dit bericht heb ik ongelezen definitief van mijn telefoon verwijderd. En van G zelf heb ik niks gehoord of gelezen, dus ik wéét t niet zeker…

Hierna heb ik mezelf van kunnen weerhouden om nog smssen te sturen naar J.

Maar het spookt nog steeds door mn hoofd…
Die instantie… die praatgroep en er niet meer bij horen… de trap na van J… doodgezwegen worden door G….

Hopelijk ebt het héél snel weg.

Ik merk wel dat het niet hebben van een eigen praatgroep, voor mijzelf als deelnemer, een plekje voor mijzelf, dat me dat niet goed doet.
Ik mis het verschrikkelijk!
Ik ben aan het zoeken hiernaar, maar het is niet makkelijk.

Het moet alleen door een co-begeleider begeleid worden, niet door een ‘gewone’ begeleider, anders zit ik weer aan die belachelijk hoge kosten.

Er zijn 2 van die groepen:

Een ’s avonds, en dat vind ik niet fijn, want dan kan ik op die avonden nooit iets anders doen. Want deelname aan een praatgroep is vrijwillig maar niet vrijblijvend. Voor de veiligheid en continuïteit is het belangrijk dat de mensen er zoveel mogelijk, liefst iedere week, zijn.

En de andere groep is met véél jongere mensen, dus zitten die in een andere levensfase dan ik. Dus ik zal er mijn ei niet kwijt kunnen, denk ik.

Er is nog één mogelijkheid, namelijk een praatgroep buiten die instantie. Ik heb daar een e-mail met vragen naar gestuurd, maar heb daar geen reactie op gekregen… dus géén idee of dat iets wordt…

Nou, zo is het dus.

Ik pieker veel, en voel me rot, eenzaam.
Ik vind niks leuk op dit moment.

Veel spoken uit het verleden zijn weer aanwezig.

Sowieso in deze periode, waarin ik van leeftijd verander…
Maar daarover meer in een volgende blog.

De drang om te automutileren is aan het weggaan.
Ik heb mezelf ervan kunnen weerhouden, dankzij de oxazepam…

Nu wens ik mezelf toe dat de energie van J en G uit me verdwijnt….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Einde praatgroep

Vorige blog wist ik niet wat te doen.

Nou, die keuze is me makkelijk gemaakt.

Ik moet een eigen bijdrage betalen voor deelname aan die groep. Vanuit WMO geregeld.

4 jaar geleden was deelname gratis.

Een jaar later werd van 2 uur groep 0,5 uur gerekend. Voor mij betekende dat 10 eur eigen bijdrage per groep.

Weer een jaar later werd van de 2 uur groep 1 uur gerekend.

Dat betekende voor mij 20 euro eigen bijdrage. Flink slikken, want gewone begeleiding was ook al 20 euro per uur.

Dit jaar is alles op de schop gegaan.

De bouwstenen zijn veranderd. De kosten van die groep zijn sterk verminderd.
Ik ben vanaf november al aan het leuren: wat betekent dat in mijn geval
Niemand kon me iets vertellen.

Tot afgelopen donderdag.

Voor mij verandert er niks.

O, wacht: toch wel.

Want voor 2 uur groep worden nu 2 uren eigen bijdrage gerekend.

En voor mij betekent dat…

40 euro eigen bijdrage voor 2 uur groep.

Terwijl de kosten 42 euro per groep berekend worden aan de gemeente.

Ik betaal dus in mijn eentje voor de HELE groepsbijeenkomst!!!

Ga ik niet doen.

Ik ben per direct gestopt met die groep. Kon het niet eens aan afscheid te nemen.

Heb teveel klotedingen meegemaakt met niet mee mogen doen: altijd alleen in een hoekje op het schoolplein staan, niet mee mogen doen met spelletjes.
Als enige kind op school nooit uitgenodigd voor verjaardagsfeestjes bij klasgenootjes.
Bij ‘mn vader’ alleen op de bank mogen zitten, niks mogen zeggen, nooit mee mogen met uitjes met hun, maar hen af en toe wel met zn 5en tegen komen in de stad, terwijl ik in mn eentje liep….

Als enige niet uitgenodigd worden bij de bruiloft va ‘een zus’ terwijl de HELE andere familie WEL mocht komen.

Als enige van school niet mee mogen doen met activiteiten, zoals naar een museum, of op typles, want kon ‘mn moeder’ niet betalen.

En ga maar door, heb nog voorbeelden te over.

Nu dus niet meer mee kunnen doen met die praatgroep, waar ik heel veel van leerde en bij wie ik me fijn voelde.

Behalve bij de begeleider dan. Da’s het enige voordeel: dáár heb ik niks meer mee te maken.
Al heb ik van die vent niks meer gehoord… ook niet fijn….

Nee, is geen fijne periode.

Ben ik ook nog binnenkort jarig, wat ik vreselijk vind, want daardoor komt sowieso alle zooi uit het verleden omhoog.

Ik had nooit geboren mogen worden, met zulke ‘ouders’ en zoveel shit te hebben meegemaakt.

En die shit gáát maar door… zoals nu ook weer…

Ik heb het helemaal gehad.

Ik verdwijn even van de aardbodem.

Kon dat maar letterlijk, maar nee, ik heb mn honden, moet ik voor zorgen…

Precies vorig jaar deze tijd heb ik precies dezelfde boodschap gekregen: ik doe er niet toe….

Bedankt universum voor deze duidelijke boodschap.

 

 

 

 

 

 

 

Erkenning (aangevuld)

Vandaag gebeurde er iets, waardoor ik enorme behoefte kreeg om een blog te schrijven.

Mijn oude begeleidster, B, ze is met pensioen, is deze week jarig.
Ik heb haar inbreng altijd zo enorm gewaardeerd, dat ik haar een verjaardagskaart wilde sturen.

Ze is ook begeleidster geweest van een praatgroep waar ik in zat.
Aan wat mensen die daar ook in zaten, M, R en L, heb ik gevraagd of ze ook iets in die kaart wilden schrijven. Dat vonden ze erg leuk, dus dat deden ze.
Ze wisten helemaal niet dat B al snel jarig was, en vonden mijn idee heel erg tof.

Ik wist, en weet, het adres waar B woont niet. Dat vind ik helemaal prima, hoef ik ook niet te weten. Maar nu was het wel even lastig, want zo gaat een kaart versturen een beetje moeilijk..
Ik ben daarom eerst langs het kantoor gegaan waar B gewerkt heeft.

Ze mogen geen privé adressen van begeleiders geven aan cliënten, wat ik volkomen begrijp. Iemand die over dit soort dingen ging was in bespreking, ik kon daar 1,5 uur later naar bellen.

Ik ging dus naar huis, en heb de kaart afgemaakt met mijn eigen tekst erbij geschreven. Ik heb een leuk tekeningetje erbij gemaakt, heb die kaart in de envelop gedaan, en een postzegel erop geplakt..
En wat later heb ik gebeld naar het kantoor.

Ik kon die kaart via de post sturen naar dat kantoor, dan zouden zij het weer verder sturen naar B.
Maar dat zou een paar dagen extra kosten, en het kantoor is vlak bij mijn huis, dus ik vroeg of ik het even langs kon brengen, zodat de kaart op tijd bij B zou zijn.
Dat was prima.

Dus ik nogmaals naar kantoor, kaart afgegeven, post-it erop voor wie die kaart bestemd was, en weer naar huis.

Check.

Klaar.

Van mijn to-do-lijstje gestreept.

Vanavond kreeg ik een appje van een van de mensen, M, waar B nog contact mee heeft.
B heeft alleen M’s telefoonnummer, van de anderen niet meer, omdat ze haar oude werk, en haar cliënten, los wil laten. Snap ik helemaal, en is ook geen probleem.

In dat appje stond wat B aan M had geappt:

“Dank je wel M voor jullie prachtige kaart. Een hele verrassing.

Doe R, E en L ook mijn hartelijke groeten.”

Ik ben dus E.

Ik las dit…

En ik werd me toch verdrietig…

Ik stond versteld van mezelf: waaróm in hemelsnaam werd ik verdrietig?

Ik heb een tijd stil gestaan wat er nou eigenlijk door me heen ging, en ik besefte me:

Ik heb van B geen volledige erkenning gekregen voor wat ik gedaan had.
Wel van M en R en L.
Maar niet van de ‘belangrijkste’, voor wie ik al die moeite gedaan had: B.

Terwijl:

Ik heb aan B’s verjaardag gedacht.

Ik heb die kaart gekocht.

Ik heb de anderen gevraagd of ze ook iets wilden schrijven.

Ik heb gezorgd dat die kaart bij B kwam, en heb daar best wat energie in gestoken, door langs kantoor te gaan, daarna te bellen, en daarna nogmaals lang kantoor te gaan. Gewoon omdat ik het belangrijk vond dat die kaart op tijd voor B’s verjaardag was.

En nu was de app gericht aan M, en ik kreeg alleen de hartelijke groeten van B…

AU!

Het was duidelijk dat B niet wist dat ik de initiator was.

En dat voelde toch rot!

M heeft later aan B geappt dat ik die kaart had geregeld, wat ik heel lief van M vond. En B appte later terug aan M dat ze dat niet wist, en dat ze mij extra bedankte.

En nu…

… zit ik mezelf enorm op mn kop te geven…

… DAT ik het zo belangrijk vind OM die erkenning te krijgen.

Want wat maakt het uit??

M, R, L en ik hebben SAMEN voor die kaart gezorgd.
Oke, was mijn initiatief, mijn idee, ik heb ‘m gekocht en gezorgd dat ie verstuurd werd. Maar we hebben die kaart met elkaar geschreven, het was een gezamenlijk project.

Waarom was, is, dat niet genoeg?

En waarom doet het pijn als de reactie aan een ander gericht is en niet aan mij?

En ik besef me:

Ik voel me gepasseerd.

Ik voel me niet gezien door B.

Ik voel mijn moeite niet erkend door B.

Wat IS dat toch, die erkenning willen? Gezien willen worden?
En waarom is het voor mij niet genoeg om iets samen te doen, en dat dát gezien wordt?

Ik ken mensen die de drang om gezien te worden, erkend te worden voor wat ze doen, totaal NIET hebben. Die het prima vinden als een gezamenlijk project ook als gezamenlijk erkend wordt, als gezamenlijk gezien wordt.

Ik schaam me er voor, maar mij lukt het niet.

Ik heb, af en toe, die erkenning nodig.

Niet altijd, maar bij sommige dingen wel.

Zoals nu bij die kaart. Ik heb het nodig door B gezien te worden. Dat mijn moeite door B wordt erkend: “Jee, heb jij daar aan gedacht en voor gezorgd? Wauw, wat byzonder, dank je wel, echt hartstikke tof! Je ziét mij, en dat waardeer ik enorm!”

Het heeft te maken met hoe belangrijk ik iets of iemand vind.

Zoals B, die was enorm belangrijk voor me. Zij is 13 jaar (!) mijn begeleidster geweest.

Ook wat andere dingen, zoals een djembee’feest’ van 3 dagen lang dat ik jaarlijks (alweer zeker 14 jaar lang) organiseer. Ik heb daar veel hulp bij, vooral van een fijne persoon en vanaf ongeveer zeker 10 jaar geleden, en vooral bij het lastige deel: vergunningen regelen. Dat hij er gewoon is ben ik ook zo blij mee, en waar ik mee van gedachten kan wisselen.

Hij is de rust zelve en …

…eh…

…ik  ben dat niet  😉

En toch wil ik heel graag gezien worden als de bedenker van dit feest, wat ik ook ben.
Gezien worden als de initiator.

Gezien worden als de volhouder, want in het begin kwam dat feest niet van de grond. Totdat ik, na één of twee jaar na het begin, de juiste mensen tegen kwam, die ook zeiden :”Jaaa, leuk, gaan we doen!”. En zo is het gegroeid tot wat het nu is.

Ik hoef écht niet op een troon te zitten, hoog in een ivoren toren.
Bah, niks voor mij.

Ik hoef ook echt niet op de voorgrond te treden, zo van “Hee, kijk mij eens!”.
Nee, jakkes!
Dat laat ik wel aan anderen over.

Laat mij maar op de achtergrond blijven, ook qua djembeespelen. Zet mij maar áchter een trommel, dan ben ik het gelukkigst.

Maar:

Ik wil wel erkend worden.
Gezien worden.
Dat mensen wéten dat ik de initiator ben.
Dat mensen weten dat het mijn oorspronkelijke idee is.
En dat ik er nog steeds veel energie in stop.

Dat ik genoemd word als er om gevraagd wordt bij de anderen: “wie heeft dit geregeld, dit bedacht?”

Gewoon simpele erkenning.

Het is mijn ‘kindje’.
Voor mij een heel belangrijk iets.

Ik vind het verschrikkelijk rot als juist de mensen die vooraan staan en daar hun ding doen, in de schijnwerpers staan, gezien worden als initiators, als organisators van dat specifieke feestje.
Dat doet pijn, en maakt me enorm verdrietig.

En daar kan ik niet goed mee omgaan…

Waar ik dan weer van baal en mezelf voor op mijn kop geef….

Ik herinner me nog een voorbeeld.
Wat een exvriend, P (nee, niet die P van laatst, die getrouwde man. Maar het is wel familie van hem) gedaan heeft.

Zijn oma werd 70 jaar in de periode dat ik nog bij P was.

Zij was helemaal gek op Paul de Leeuw.
Ze vond dat zo’n schatje! (Brrr, niet voor te stellen nu, maar da’s een ander verhaal 😉 )

Paul de leeuw had een radioprogramma waarin mensen hem vragen konden stellen, of een wens konden uiten.

Ik zei tegen P dat het geweldig leuk zou zijn als hij en ik, P en ik dus, aan Paul zouden vragen of die met 70 rode rozen bij de oma van P langs kon gaan. Dat zou een gewéldige verrassing voor haar zijn!

P vond het een matig idee, hij had wat anders bedacht.
Oke, wat hij wilde.
Ik liet mijn idee los.

Wat later op de dag van die oma’s verjaardag kreeg ik het volgende te horen:

Paul de leeuw was langs geweest bij die oma, met 70 rode rozen. En ze was ook op de radio te horen geweest.

Die oma vertelde later dat P alles had bedacht.

En dat P alles had geregeld.
P had Paul de leeuw gebeld.
P had gevraagd of Paul langs wilde komen.
P had gevraagd of Paul 70 rode rozen wilde meenemen.
P had gevraagd of zijn oma ook op de radio kon komen.

Het oorspronkelijke idee van P zelf is nooit gebeurd.

P had mijn idee gejat en het tot zijn idee gemaakt.

En hij kreeg alle eer.

En het allerergste:

P had mij er totaal niet bij betrokken!
Hij had niet gezegd: hee luister eens, zullen we samen Paul bellen?

Hij had niet gezegd: Paul komt naar ons toe! Kom je ook? Het was jouw idee!

Heeft hij gewoon niet gedaan.
Hij heeft mij staalhard genegeerd en alles naar zichzelf toegetrokken.

En hij kreeg alle eer en erkenning… Hij werd gezien…

Terwijl het mijn idee was… gvd….

Ik was nijdig!
Niet veel later kwam ik erachter wat voor eikel hij eigenlijk was, en is. Mijn roze bril was helemaal kapot.
Ik ben nog een tijd bij hem gebleven, want ik probeerde toch nog de goede kanten in hem te zien.
Naïeve trut die ik toen was…

Ja, dat was een flinke les in mensen-niet-vertrouwen, en voortaan mijn ideeen voor mezelf houden.

Nu nog steeds reageer ik héél heftig als mensen mijn idee, mijn initiatief, naar zichzelf toetrekken en doen of die van henzelf zijn. Zoals dat af en toe gebeurt in de wereld…
Ik vind dat verschrikkelijk!
En die persoon verwijder ik uit mijn leven, radicaal.

Er zijn ook genoeg dingen waar ik totaal geen erkenning voor nodig heb.

Zoals een formulier dat ik heb bedacht, waar ik de uren registreer die begeleiders aan mij besteden. Zodat de uren die gedeclareerd worden, die ik volgens de eigen bijdrage moet betalen, ook kloppen met de werkelijkheid.
Dat formulier is ook aan andere cliënten gegeven, zodat die ook de uren kunnen bijhouden.
Van dit maakt het me echt geen fluit uit dat de mensen weten dat ik dit bedacht heb!
Echt totaal niet! Het zal me werkelijk waar een zorg zijn.

Dus dat waar ik erkenning voor wil, voor zoek, zijn voor mij wezenlijke dingen, voor mij belangrijke dingen.

Aan de andere kant vind ik het ook verschrikkelijk belangrijk om anderen de erkenning te geven die hun toekomt!
Ik laat hun dat zéker weten, dat ik hun inzet zie. Dat ik hun initiatief zie en leuk vind, belangrijk vind.
Want ik wéét hoe t voelt als dat niet gebeurt.

Ik ben vanavond op internet gaan zoeken, want waarom is erkenning krijgen zo belangrijk voor mij?

Ik kwam het volgende tegen:

Een stukje tekst van Psychologie Magazine van 18 april 2008:
https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/verlangen-naar-erkenning/
(Via deze site kun je de hele tekst lezen, als je bij Blendle.com bent geabonneerd)

“Het gevoel gezien te worden, waardering en begrip te krijgen – het is een van onze basisbehoeftes. Wie dat als kind heeft gemist, blijft lang hongeren naar compensatie.

<knip>

We willen ertoe doen
Het is soms bijna onzichtbaar aanwezig, ons verlangen naar erkenning. We hebben allemaal een sterk verlangen om gezien en gehoord te worden door de mensen om ons heen, om betekenis te hebben in het grotere geheel. De Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow beschouwde het als een van de basisbehoeftes waarmee we allemaal geboren worden: in zijn beroemde motivatiepiramide komt de behoefte aan erkenning en waardering na behoeften als eten en drinken, bestaanszekerheid en sociaal contact.”

En ik besef me: als kind heb ik dit niet gehad. Ik heb dit gemist als kind.

Ik werd niet gezien.

Ik kreeg absoluut geen waardering voor wat ik deed.

Ik kreeg juist precies het tegenovergestelde.

Er werd gezegd dat ik lastig was.

Dat ik zeurde.

Dat ik me aanstelde.

Dat ik kinderachtig was.

Als ik thuis moest huilen omdat ik op school gepest werd, of omdat ik niet mee mocht doen met spelletjes in de pauze (wat dagelijks gebeurde, ik stond altijd in een hoekje op het schoolplein), dan zei “mijn moeder”: “hou op met huilen, anders geef ik je een reden om te huilen”, en als ik dan niet stopte sloeg ze me de kamer door.

Als ik eens een keer ‘op visite’ bij ‘mijn vader’ en zijn tweede gezin was, en ik probeerde iets te vertellen over mijzelf, of over school, dan was daar OF de tv die altijd op de turkse zender stond, en ik werd dan gemaand om stil te zijn, want wat op tv was, DAT was belangrijk.
OF er kwam een klein kind van hun om aandacht eisen, en hij zei dan altijd, steevast: “ach Em, jij bent de oudste, jij bent de wijste, jij hoeft geen aandacht, dát is nog maar een kind, geef haar maar aandacht”.

Mensen vroegen nooit hoe het met mij ging. Ik was een aanhangsel, behang. Ik werd getolereerd zolang ik stil was en niks zei, op school, thuis, bij familie.

Ik werd niet erkend, niet gezien, ik mocht mezelf niet zijn.

En wát ik deed werd niet gezien, of werd totaal afgekraakt.
Het was nooit goed genoeg (zoals het huishouden dat op mijn schouders neer kwam omdat ‘mijn moeder’ niks deed).
Dat ik bij haar bleef wonen en er altijd voor haar was werd verzwegen, dat was niet belangrijk, maar ze wilde altijd dat haar andere, eerdere, kinderen (die in pleeggezinnen woonden) bij haar kwamen, dagelijks ‘zeurde’ ze daar om.
Ze hield me thuis uit school als ze naar de stad wilde of naar de arts moest, omdat ze niet alleen durfde en ik moest met haar mee.
Ik mocht niet op mijn eigen kamer huiswerk maken maar moest bij haar in de woonkamer komen zitten zodat zij gezelschap had.
Ik mocht niet naar leeftijdgenoten buiten want dan was zij alleen binnen.
Ik was als enige kind (!) op school die niemand mee had bij een toneelvoorstelling: ik moest er in mijn eentje naar toe en ook weer in mijn eentje naar huis, en niemand zat er voor mij in de zaal toe te kijken.

En nog ontzettend veel voorbeelden meer….

Als ik zo bedenk welke mensen ‘erkenning krijgen’ minder belangrijk vinden, zijn dat eigenlijk altijd de mensen die wél gezien werden als kind.
Die wel gewaardeerd werden.
Die gesteund werden, door een of beide ouders.
Die een fijn netwerk hadden waar ze op terug konden vallen.

Die precies alles hadden wat ik niet heb gekend, en wat ik heb gemist.

Dat wat iemand als kind niet heeft gekend en niet heeft gehad, dat is bijna niet in te halen. Ondanks alle steunbronnen die er nu zijn, en ondanks veel waardering die er nu is.
Het blijft een kwetsbaar ding.

En dat merk ik heel goed.

Zoals nu, met dit simpele voorbeeld van een verjaardagskaart.
Wat voor mij geen simpel ding is, maar een enorm pijnpunt…
En waarvan ik enorm baal, en me voor schaam, dát het zo’n pijnpunt is…

Dr Phil (dat ik heel lang gekeken heb)  zei dat vaak heel mooi:
(Maar dan in het engels, iets andere woorden).

“Voor elke losse boodschap die iemand krijgt van ‘je bent niks waard’ moeten minstens duizend ‘je bent het wel waard’ boodschappen staan, voordat die ene enkele negatieve boodschap teniet gedaan wordt.”

……….

 

**************
Hieronder nog wat definities die ik tegenkwam op internet over ‘erkenning”.

***
De erkenning
Is: Vrouwelijk zelfstandig naamwoord

***
Feit dat iets wordt gezien / wordt toegegeven

***
Voorbeeld:
Eindelijk erkenning krijgen
Betekent
Eindelijk worden gewaardeerd.

***
Synoniemen:

1) Aanvaarding
2) Agnitie
3) Appreciatie
4) Bekentenis
5) Besef
6) Bevestiging
7) Echtverklaring
8) Eer
9) Goedkeuring
10) Het bestaan toegeven
11) Het inzien van de juistheid van iets
12) Inzicht
13) Officiele goedkeuring
14) Recognitie
15) Sanctie
16) Toegeving
17) Waardering

***
Het beseffen hoe belangrijk hij / het is.
Voorbeeld: eindelijk kreeg hij erkenning voor zijn werk.
Synoniemen: waardering, achting

***
Aanvaarding
Goedkeuring
Inzicht
Toegeving

 

 

 

 

 

 

 

Praatgroep (…hoort bij mannengedoe…)

Het is weer tijd voor een blog.

Er spoken wat dingen door mijn hoofd waar ik wel een blog mee kan vullen.

Of eigenlijk twee blogs.
De tweede gaat over PMS/PMDD, maar dat behandel ik een volgende keer.

Nu eerst maar deze.

Ik zit dus in een praatgroep.
Ik heb het over die waar ik zelf deelnemer in ben.
Die met die mannelijke begeleider die ik leuk vind, G.

Pff…

De afgelopen weken, of maanden alweer, waren nogal heftig rondom hem.

Iedere keer voordat ik naar die praatgroep ging was ik enorm nerveus.
Hém weer zien, interactie met hem hebben, alleen al zijn ogen zien …

Het deed, en doet, me nogal wat.

Gelukkig is in hetzelfde gebouw een zwembad, en ik word rustig in en rondom water.
Dus voordat ik naar de groep ga, ga ik eerst minstens een half uur zwemmen, om de ergste nervositeit kwijt te raken. Dit helpt me goed.

Daarna raap ik al mijn moed bijeen, en ga ik naar de groep toe.

Met allerlei gedachtes die dan door mijn hoofd heen buitelen:

Hoe zal het die dag gaan?
Ga ik dingen te horen krijgen waardoor ik hem nóg leuker ga vinden?
Of juist niet?
Kan ik ophouden met hem soms als een verliefde puber aan te kijken?
Kan ik uit mijn woorden komen?

Oftewel: enorm gedoe in mijn hoofd.

Ook thuis, buiten de groep om.

Verlangen om aandacht: “bel me, app me!”

Verlangen dat hij mij óók leuk vindt.

Verlangen om leuke dingen te doen samen, zoals naar ‘de kroeg’ (wat hij leuk vindt), of een terras, of samen poolen, of naar de bioscoop, of een museum. In ieder geval héél veel praten samen, over álles.

Het lijfelijke verlangen zit er wel een béétje, maar dát hou ik bewust op afstand.
Ik ben hierin heel streng naar mijzelf.
Ik spreek mezelf streng toe om niét op deze manier aan hem te denken.
Wonder boven wonder lukt dit ook!
Al zit er wel nieuwsgierigheid: hoe zou hij zoenen? Hoe zou hij vrijen? Zou dat klikken tussen ons?
Ik sta mezelf héél soms toe om hier even nieuwsgierig over te zijn, maar dan daarna zeg ik weer ‘STOP!’ tegen mezelf. Want het verlangen naar ‘gezelligheid’, leuke dingen doen, is al lastig genoeg, dat moet niet erger worden!
Want ik wil wel in de groep blijven, die bevalt me best goed. En als mijn verlangen nóg erger wordt, kan ik niet meer met hem omgaan, en dus zal ik die groep moeten verlaten.

Tot zover ging het bezoeken van die groep redelijk.
Ik had wel wat weinig afleiding thuis, maar dat was in aantocht, dus dat kwam wel goed.
Tot dan zat G maar veel in mijn hoofd, tja, het was even niet anders.

In de groepsbijeenkomst die ik voor de kerstdagen had, heb ik een onderwerp besproken.

#METOO.

Een voor mij enorm beladen onderwerp.

Niet alleen door wat ik in het verre en recente verleden heb meegemaakt.
Maar ook doordat die praatgroep voor de helft uit mannen bestaat (bestond eigenlijk, één persoon is gestopt).

Voor mij is daardoor in die groep aanwezig zijn al heel wat!
Ik durfde eigenlijk niet, maar ik heb het toch gedaan, heb me bij die groep aangesloten.
Ook om de uitdaging aan te gaan om mannen als gewone wezens te gaan zien.
Dat te leren althans.
Ik zie die groep daarom als oefenplek.

Dat onderwerp wilde ik ook bespreken omdat één van die mannen, tijdens een andere bijeenkomst, wel héél dicht bij me stond in de pauze.
Hij wilde me een vraag toefluisteren, over iets wat hij gehoord dacht te hebben tijdens een gespreksrondje.
Ik heb tegen die man gezegd dat hij te dichtbij stond en of hij aub meer afstand wilde nemen. Dat deed hij, gelukkig, maar deed (op afstand) toch nog even voor hoe en wat hij wilde doen (dus voorover komen staan en fluisteren).
Ik kreeg daar de nare kriebels van!
De bijeenkomsten daarna heb ik die man in de gaten gehouden, en ik kon hem niet meer als groepsgenoot zien, maar zag hem alleen als een engerd.

Ik besefte me, ook hierdoor, steeds meer dat ik dit onderwerp, #METOO, wilde behandelen.

Dat deed ik dus bij die bijeenkomst voor de kerstdagen.

Die dag was de structuur in de groep ver te zoeken. Waardoor er maar heel weinig tijd was om mijn onderwerp te behandelen.
Ik was gestrest door het tijdgebrek, en ik was bang niet uit mijn woorden te komen.

Ik heb verteld over mijn moeite met mannen, en ook over wat die groepsgenoot had gedaan, waar ik van geschrokken ben. En wat ik toen tegen hem heb gezegd, over afstand nemen.

Nou…

Het is lastig te vertellen wat er toen gebeurde, maar die mán kreeg alle aandacht, want wat hém was gebeurd (dat ik hem vroeg afstand te nemen), dát was erg, en hoe hij had gedaan (hij deed het voor) vond iedereen héél normaal.
Die man was helemaal over de zeik, begon te huilen. Een andere groepsgenoot troostte hem. En ze liepen samen weg, gewoon zo, terwijl de groep nog niet geëindigd was…

Ik bleef achter, helemaal verbijsterd: wat was er nu weer gebeurd?
Ik bracht iets voor mij heel heftigs in, waarmee ik mij heel kwetsbaar opstelde, en de ander ging er met alle aandacht voor hém vandoor!
Nou, lekker dan…

Na die bijeenkomst was er twee weken vakantie.
Ik heb in die periode bij de begeleider, G, om tijd gevraagd in de volgende bijeenkomst, om dit gebeuren, en hoe verder, in de groep te bespreken. Want zo konden we niet verder voor mijn gevoel.

G vond dat een goed idee, en we spraken een half uur eerder af voor de volgende bijeenkomst, om ‘voor te bespreken’, samen met de co-begeleider.

Mijn kerst- en oud en nieuw-periode was gelukkig een hele fijne relaxte tijd. Al bleef de laatste groepsbijeenkomst wel door me heen spoken. Plus dat G-gedoe…

Bij de volgende groepsbijeenkomst was ik, zoals afgesproken, een half uur eerder, om het gebeuren van vorige keer te bespreken, en hoe het nu verder moest.

Dat wàs althans de bedoeling…

Maar…

Over het onderwerp zelf hebben we ongeveer… nou…. 3 minuten gesproken…

Daarna, de volgende 15 minuten…

Heeft G er bij mij heel hard op aangedrongen dat ik over mijn gevoel voor hem, mijn verliefde gevoel, dat ik hem leuk vond, in de groep MOET vertellen.

Huh?

Wàt??

Het ging de rest van de tijd alleen maar hier om.

Terwijl hij mij hierover niét heeft ingelicht van te voren.

Ik was heel erg gestrest over de groepsbijeenkomst: hoe zou het gaan? Kon ik duidelijk brengen wat ik ervaarde bij de vorige groepsbijeenkomst en hoe ik het bedoelde? Kon ik mijn gevoel duidelijk maken?
En kon ik wel in die groep blijven?

Maar ik stond helemaal perplex door G:
Wat gebeurde er nou?
Waarom deed hij dat?

Hij bleef op me in praten: “je moet het vertellen!”

Hij hield er niet over op.

Hij gebruikte de volgende argumenten:

– “Het zou goed voor jou en jouw proces zijn om het in de groep te vertellen”.
Pardon? Wie bepaalt dat? Hij? Hij ként me niet eens want hij is mijn behandelaar niet! Hij kent me alleen van die aantal keren in de groep en hoe ik me dan uit.

–  “Je plaatst jezelf nu buiten de groep”.
Huh? Hoezo? Alleen omdat ik mijn (!) gevoel voor mijzelf hou?
Oké, als ik met hem zou afspreken buiten de groep, dus bv in een kroeg, dán zou ik mezelf buiten de groep plaatsen. Maar nu? Nee hoor!

– “Door deze voorbespreking gaan de mensen van de groep van alles denken en vinden”.
Wat een lulkoek!
Een van de eerste regels van praatgroepen is: niet invullen voor een ander.
Het leek wel of HIJ bang was wat mensen gingen denken.
De groepsleden hadden niks door van mijn gevoel voor hem, daar ben ik van overtuigd.
En HIJ wilde die voorbespreking zelf nota bene!

Door deze argumenten voelde ik me enorm gemanipuleerd. Hij bleef ze ook herhalen, steeds weer.

Toen kwam een volgend argument:

– “Als jij het niet vertelt ga ik het zelf vertellen”.

Zo dan!

Toe maar!

Als dat geen dreigement was, dan weet ik het niet meer.
Jemig, wat werd ik pissig toen…

Ik heb hem diverse keren gevraagd om over het onderwerp op te houden.

Maar hij bleef doorgaan…

Het volgende argument:

– “Denk je eens in hoe het is vanuit een andere positie. Die van co-begeleider, waar je voor gaat leren”.
Ik probeerde dat serieus in te denken, en ik snapte een klein beetje wat hij bedoelde. Want openheid in de groep kan helpen de veiligheid te waarborgen, àls er iets tussen twee groepsleden speelt.

MAAR…

Ten eerste speelde er niks tussen ons. Het was mijn gevoel, en dat kwam van één kant, mijn kant. Het was niet wederzijds, en hij en ik hàdden niks samen.

Verder zou ik nooit iemand dwingen iets in de groep te bespreken als die ander dat niet wil!

Ik mag iemand vragen en uitnodigen dat te doen.

Ik mag aangeven als ik mijzelf ongemakkelijk voel, of het moeilijk vind als iets niet besproken wordt.

Maar ik mag niemand dwingen! Nooit!

Ik heb hem diverse keren, eerder en tijdens die voorbespreking, gevraagd of hij er làst van heeft dat ik hem leuk vind.
Hij heeft daar nooit een reactie op gegeven. Hij zweeg steeds, en begon over iets anders.
Dus hij was zelf niet open.
Maar hij vond het wel belangrijk dat IK open was in de groep over mijn gevoel voor hem!

Hoezo, meten met twee maten??

Op een gegeven moment was ik er helemaal klaar mee.
G zorgt altijd voor koffie en thee, en ik heb hem gemaand om dat nu maar eens te gaan doen!
Zodat het gesprek, het gedram van hem, eindelijk stopte.

***
Alles wat ik hier bij zijn argumenten schrijf, heb ik niét tegen hem gezegd in dat gesprek.

Ik was helemaal geblokkeerd, en kon niks uitbrengen.

Ik heb alleen gezegd dat ik niks over mijn gevoel voor hem in de groep wilde delen, omdat dat de groep niks aan gaat.

En dat als ik wel iets zou vertellen, dat ik me dan eerst veilig moet voelen, wat nu niet was.

Ook dat ik zélf bepaal wat ik wel en niet in de groep vertel.

Hij was het hier niet mee eens, en blééf maar doorgaan: “je moet het vertellen!”…

Zucht…

Dat was de voorbespreking…

Toen kwam het groepsgesprek zèlf nog.

Dàt ging gelukkig heel erg goed.
Ik heb verteld over hoe geschrokken ik was over de reactie van die man die zo heftig reageerde.
Over hoe kwetsbaar ik me voelde over dat onderwerp.
Over een paar voorvallen rondom #METOO, ook in het recente verleden, die ik had meegemaakt.
Over hoe èng ik het vond om gewoon al in deze groep te zijn, met al die mannen!
En dat ik het rot voor die man vond dat mijn… eh… verzoek om afstand te nemen zó hard bij hem binnen kwam.
Maar dat het voor mij juist héél belangrijk is om dat toch te blijven doen, te blijven zeggen als iemand te dicht bij me staat.
Al kan ik wel oefenen met hoé het mijn strot uit komt 🙂

De groepsleden reageerden héél erg lief en warm! Meelevend, en ook heel open hoe zij de vorige groepsbijeenkomst beleefd hadden. Hoeveel moeite zij ermee hadden om mij de vorige keer aan te horen, en nu met mij in de groep te zitten. Wat ik volkomen begreep.

Ja, dit was heel mooi zoals het ging.

Toen was er even pauze.

En ik wilde het eigenlijk niet, maar daarna heb ik tóch verteld, in de groep tegen de anderen, dat ik G heel erg leuk vind.
Ik was zo murw geslagen en bespeeld, dat ik het toch heb gedaan….

Niemand reageerde.

Ze keken elkaar zo aan van “Ja? Èn? Wat is daar zo bijzonder aan?”

Ik moest hierover in mijzelf lachen.
Dit had G vast niet verwacht.

We hebben het nog even gehad over hoe het kwam dat ik mannen eng vind, maar er toch verliefde gevoelens voor kan hebben. Tja, da’s voor mij ook een heel groot raadsel.

Daarna was de groepsbijeenkomst voorbij.

De begeleiders bleven binnen, samen met de groepsleden ging ik naar buiten
En ik ervaarde een geweldig saamhorigheidsgevoel met hen!
Dat was zo’n fijn warm gevoel!

Ik ben gaan sporten, en bleef nog een hele tijd heel blij en tevreden.

Maar die avond…

Ik voelde me niet prettig.

Ik voelde me ‘unheimisch’, iets in mij trok de aandacht, maar ik wist niet wat precies.

Totdat ik besefte…

Dat ik ontzettend kwaad op die begeleider, G, was!

Hij heeft me gedwongen om te vertellen over mijn gevoel.

Hij heeft me gemanipuleerd.

Hij heeft gedreigd.

Hij is zo verschrikkelijk te ver gegaan!

Hij als begeleider, als hulpverlener nota bene, die zo tegen een cliënt in gaat, en zo enorm doordramt…
Dat mag niet.
Dat kon hij niet maken.
En toch heeft hij dat gedaan…

Ik heb hem die avond nog een app gestuurd dat ik verschrikkelijk boos op hem ben, dat hij me heeft gedwongen, gemanipuleerd en gedreigd, en dat hij daarmee te ver is gegaan.

De volgende dag kreeg ik een app terug over dat hij het jammer vond dat ik zo over de groep dacht, en ik heb hem toen duidelijk gemaakt dat het niet over de groep zelf ging, maar over de voorbespreking.

Hij zei dat we er in de groep over konden praten.
Maar dat wilde ik niet, want de groep was er toen niet bij.

En ik was er kláár mee.

Prima, zei hij.

En dat was dat.

Dàcht ik….

Maar niet heus dus.

De volgende twee weken was het een chaos in mijn hoofd. De hele dag én nacht bleef ik over dit gebeuren malen. Mijn hoofd bleef in cirkels denken, steeds opnieuw en opnieuw.

De volgende groepsbijeenkomst kón ik niet meer. Ik was helemaal op, en ben niet gegaan. Ik kon het niet opbrengen om G te zien. Ik vond het verschrikkelijk wat er gebeurd was!
Ik heb mezelf die dag, en nog wat andere dagen, verdoofd met rustgevers. Ik moest gewoon even knock-out zijn, even van de wereld…

Ik heb bijna, in een impuls, gezegd dat ik ging stoppen met die groep. Omdat ik niet meer met G kon werken, om wat hij gedaan heeft.
Maar ik kon mezelf weerhouden gelukkig.

De zondag voor de groepsbijeenkomst daarná besefte ik: het is helemaal niet klaar. Ik moét hier iets mee, ook al wil ik dat niet.

Ik heb toen besloten om in ieder geval naar de groep te gaan, hoe moeilijk ik dat ook vond. En om me voor te bereiden over wat ik dan zeggen wilde.
Ik heb toen spreekkaartjes gemaakt met een paar punten die ik kwijt wilde.

Tijdens de groep heb ik me bedacht:
“ik ga vandaag niks zeggen, ik ga alleen maar eens kijken of ik nog in die groep kan zijn.
Of ik nog wel met G kan werken”.

In het begin was ik héél gespannen. Ik heb G totaal niet aangekeken, heb niks tegen hem gezegd, heb niet op hem gereageerd, en ben een eind van hem vandaan gaan zitten.

Naar mate de tijd vorderde, kwam ik langzaam tot rust. Na de pauze kon ik G weer wat aankijken, naar hem luisteren. Ik kon hem weer ‘velen’.
Echt goed zat het bij mij nog niet, maar ik besloot: ja ik kan wel in de groep blijven.

De keer daarop, dat was vandaag, zouden we een evaluatie hebben.
Afgelopen week heb ik besloten om die voorbespreking helemaal apart te evalueren, en op papier uit te werken.

Dat heb ik gedaan. Ik heb alles opgeschreven wat ik kwijt wilde:
Hoe ik me voelde voor, tijdens en na die voorbespreking.
Nog eens benadrukt dat hij te ver is gegaan.
Ik heb op zijn argumenten gereageerd (zoals ongeveer hierboven staat beschreven, met iets andere bewoording).
En ik heb zijn leerpunten genoteerd: nooit dwingen, niet doordrammen, iets vrágen in plaats van zeggen/bevelen, en daarna geduld bewaren en afwachten.

Ik heb vandaag in de groep gezegd dat ik getwijfeld heb of ik nog wel met G kon werken, en dat ik vaak me af heb willen melden uit de groep in een impuls. Maar dat ik toch ben gebleven, en door wil gaan.

Inhoudelijk heb ik niks gezegd, omdat de groepsleden niet bij die voorbespreking waren.

De uitdraai van wat ik G wilde meegeven heb ik G zelf gegeven, om na te lezen.

Géén idee of hij dat ook gaat doen.
Maakt mij ook niet uit.
Van mij part maakt hij er de open haard mee aan!

Het was voor mij belangrijk dit op te schrijven en het hem te geven.
En dat heb ik gedaan.
Hij is een enorme grens overgegaan, en ik heb hem dat terug gegeven.
Weer een opsteker voor mij!

Hoe hij deed… nee… dat was niet oké.

En ik heb het nog gedáán ook!
Ik heb hem zijn zin gegeven.
Ik heb over mijn gevoel in de groep verteld, ook al wilde ik dat diep vanbinnen helemaal niet!

Over #METOO gesproken…

Pfff….

De groepsbijeenkomst was verder wel goed, fijn.

Maar…

Ik merk een blokkade in mezelf.

Ik voel dat ik een muur om me heen heb gebouwd in die groep.

Vandaag kon ik niet open zijn.
Ik voelde me onveilig.

Ik besef me dat nu pas.

Ik besef me ook:

Ik vertrouw G niet meer…

Ondanks dat ik hem nog steeds aantrekkelijk vind, en dat verlangen naar gezellige dingen doen met hem er nog stééds zit…

(! Hoe verknipt ben ik dan, kun je nagaan…!):

Ik wantrouw hem nu enorm.

Al héél lang vind ik mannen die pakken dragen, die er heel netjes uitzien, eng.
Glad.
Griezelig.
Niet te vertrouwen.

G ziet er ook altijd héél netjes uit.
Altijd een colbertje, nette broek.
Hij draagt vaak zwart, dat is dan wél weer een zwak die ik heb: aantrekkelijke mannen die zwart dragen…
Voor de rest is hij niet standaard zo’n gladde griezel die een pak draagt, vond ik althans: geen stropdas, geen witte bloezen.
Dus ik vond het wel meevallen.

Maar nu besef ik me:

Ik moet bij mijn voorgevoel blijven!

Mannen in pak, altijd netjes?

Mezelf niet kwetsbaar tegen maken!
Want:
Niet te vertrouwen!
😉

Maar…

Hoe nu verder?

Géén idee…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 2017! Hallo 2018!

En ineens…

Is 2017 voorbij!

2017 is klaar, gedaan.

2017 is volbracht.

En ik ben er nog 🙂

En nu…
Is 2018 begonnen.

Vorige week was ik mijn nieuwe agenda aan het invullen met afspraken die komen gaan.
Ook heb ik alle tijden bij de dagen van volle en nieuwe maan  genoteerd.

Ik was op een gegeven moment bij november en vroeg me af: ‘waar zou ik staan op dat moment?’
Hoe zou mijn leven dan zijn?
Wat zou ik allemaal meegemaakt hebben?
En hoe zou het dan met mij zijn?

Ik ben daar best nieuwsgierig naar.

Ik heb allemaal leuke dingen om naar uit te kijken.

Zoals het verdere afvallen na mijn maagverkleining.

Zoals het vrijwilligerswerk, als ervaringswerker, dat ik ga uitbreiden, en de opleiding die ik hiervoor ga krijgen.

Zoals het Afrikaans dansen, en het djembeeen.

Zoals alle leuke weekenden en festivals die er weer aan komen.

En alle leuke en spannende andere en nieuwe dingen die ik ga doen.

Ja, ik heb wel zin in 2018 🙂

Gisteren heb ik, zoals ieder jaar, mijn oud- en nieuw ritueel gedaan.
Op losse briefjes heb ik alles opgeschreven wat ik niet mee wil nemen van het oude naar het nieuwe jaar, en dat heb ik in het oude jaar verbrand.
Echt letterlijk verbrand: een vuurtje gestookt en die briefjes daar een voor een in gefl… eh…  in gegooid.
En op andere briefjes heb ik geschreven wat ik wél mee wil nemen naar het nieuwe jaar, ook wensen heb ik genoteerd, en dat heb ik letterlijk meegenomen naar het nieuwe jaar. Dié briefjes bewaar ik in een mooi doosje, en gebruik ik nog voor een nieuwjaars-ritueel.

Ook heb ik stilgestaan bij 2017. Per maand opgeschreven wat me toen bezighield.
En jee, het was me een jaartje wel!

Wat het meeste speelde is mannengedoe.

Pfff…

Ik wist wel dat met de maagverkleining, en bij het afvallen, er van alles los zou komen. Ik had verwacht dat ik heel veel verdriet zou voelen, om alles uit het verleden dat los zou komen. Omdat ik al dát verdriet in m’n lijf had opgeslagen, in al het overgewicht wat ik met me mee zeulde.

Mijn overgewicht waren mijn niet-gehuilde-tranen… en dat was véél!

Dat overgewicht was aan het wegsmelten, en dus zou al wat ik opgeslagen had aan mentale zooi ook wel loskomen.

Dat verwachtte ik althans…

Dat gebeurde ook, maar niet op een directe manier…

Maar door verliefde gevoelens te krijgen voor sommige mannen…
Onbereikbare mannen….

Dit, op déze manier, had ik niet verwacht.

Vooral al die verliefde gevoelens te ervaren!

Daar blij van te worden, actief, energiek.
Zoals dat voelt als je verliefd bent, in het begin althans.
De wereld was mooier, de mensen leken aardiger, ik had meer zin om dingen te ondernemen, allemaal van die dingen.

Ik snapte daar niks van!
Ik had dit alles jarenlang ver buiten me geplaatst, wilde hier totaal niet meer aan meedoen, wilde dit niet meer voelen.

Waarom gebeurde dit nu ineens allemaal?
Waarom vond ik ineens een aantal mannen héél leuk?

Die leuke gevoelens van verliefd zijn waren er dus ineens.

Maar ook, en voorál, de hopeloosheid van verliefd zijn ervaarde ik..

Het smachten.
Het verlangen.

Lijfelijk.

Maar óók het verlangen om gezien te worden.

De wens dat er nu wél voor mij gekozen werd…
Dat er nu wél aandacht aan mij gegeven werd…
Dat er nu wél voor mij opgekomen werd…
Dat IK nu eens verdedigd werd, in plaats van voor de kwaaie, de slechte, te worden uitgemaakt…

Wat allemaal niet gebeurde…

AU!

Ja, dit alles refereert direct aan al het gebeuren dat ik als kind ervaren heb.
En dat verdriet kwam óók allemaal los.
Samen met het verdriet dat ik niks met die verliefdheden kon.

Dus wat ik verwachtte kwam ook allemaal, maar het kwam een béétje op een andere manier dan ik had gedacht.

En om eerlijk te zijn: op een moeilijkere manier.
Enorm verwarrend!

Maar:

Dit is allemaal ZO 2017!

Verleden tijd.

Dit was vorig jaar! 🙂

Dit heb ik allemaal achter me gelaten.

Nu is het 2018.

Ik ga nu vooruit kijken.

Hopelijk is het stomme verliefde gedoe nu afgelopen.
Ik ga daar mijn best voor doen, zoveel als dat kan tenminste.

Dit is in ieder geval wel mijn wens, mijn grootste wens.
Géén verliefdheden meer!
Rust in mijn hoofd en lijf!

Verder heb ik veel geleerd in 2017, en ben ik enorm gegroeid als persoon.
Ik heb rot dingen meegemaakt, en ook hele leuke dingen.

Ik ben mijn wensen langzamerhand aan het vervullen.
Zoals op Afrikaans dansen gaan!
En durven zingen, dat lukt steeds vaker.

Vooral lichamelijk ben ik enorm veranderd!

Ik kan meer, qua bewegen. En ik doe ook meer. Mijn energiepeil is lichamelijk vele, vele malen groter dan in 2016, en begin 2017. Echt, het verschil is… ik kan je dat niet uitleggen, ZO groot!

Mijn kledingmaat wordt kleiner.
Hierdoor heb ik mijn favoriete vest kunnen kopen, eindelijk!

Wat ook een groot voordeel is, is dat ik minder opvallend ben.
Mensen staren me niet meer aan op straat.
Mensen stoten elkaar niet meer aan om dan naar mij te wijzen, op de manier van ‘kijk dáár eens lopen…moet je zién…’.

Ik word niet meer uitgescholden!

(Niet om mijn uiterlijk tenminste 😉  )

Ik ben minder zichtbaar, en echt… ik kan je niet vertellen hoe FIJN dat is!

Hierdoor voel ik me zelfverzekerder, en durf ik om me heen te kijken op straat, durf ik naar andere mensen te kijken.
Durf ik in een cafeetje te zitten, of op een terrasje. En dat doe ik nu ook meer 🙂
Ook fijn hierbij is: ik pas in al die stoelen, in cafés en op terrassen!

Ja, dit is de grootste en fijnste verandering en ontwikkeling geweest in 2017.

En nu…

Nu neem ik nog een oliebol en een drankje, en neem ik afscheid van 2017.

Dag 2017!
Je was een bewogen jaar.
Een die ik niet zal vergeten.
Ik ben je dankbaar voor alles wat je bracht.
Zelfs voor alle shit en soap-gehalte.
Voor alles dat los kwam.
Voor alle geleerde lessen.
En voor alle, en vele, nieuwe en mooie ervaringen die je bracht!
Voor de groei, en de ontwikkeling.
Je was geen makkelijk jaar, maar ik ben blij dat je er was.
Dag lieve 2017!
Het ga je goed ❤

En:

Hallo 2018!
Welkom 🙂
Ik ben erg benieuwd naar je! ❤

****
Alle lezers van mijn blog wens ik een gezond, gelukkig, liefdevol, positief, muzikaal, kleurrijk 2018 toe.
Dat jullie mooiste wensen mogen uitkomen.

Tot de volgende blog 🙂